Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 6

Toekenning periodieke verhoging

Onderdeel van Bezoldigingsregeling gemeente Bloemendaal 2009

Lid 1 Het salaris van de ambtenaar wordt bij gebleken voldoende functioneren binnen de voor hem geldende salarisschaal jaarlijks periodiek verhoogd tot het naast hogere bedrag. Dit geldt niet voor de ambtenaar die het maximum van de voor hem geldende schaal reeds heeft bereikt. Gebleken voldoende functioneren wordt bepaald aan de hand van de jaarlijkse personeelsbeoordeling. Lid 2 De salarisverhoging wordt toegekend voor de eerste maal met ingang van 1 januari van het jaar volgend op het jaar van aanstelling waarin de aanstelling een half jaar is verstreken, en nadien telkens per 1 januari. Lid 3 Het tijdstip waarop ingevolge lid 2 van dit artikel voor de eerste maal een periodieke verhoging wordt toegekend, kan aan de hand van de jaarlijkse personeelsbeoordeling worden vervroegd indien daartoe naar het oordeel van het college aanleiding bestaat. Lid 4 De diensttijd die als ambtenaar in tijdelijke dienst wordt doorgebracht en die onmiddellijk gevolgd wordt door een aanstelling of arbeidsovereenkomst, komt in aanmerking voor een beoordeling en de daaruit voortvloeiende salarisconsequentie als bedoeld in het eerste lid van dit artikel. Lid 5 Als er in een betreffend jaar niet meer dan 6 maanden arbeid is verricht, kan het college bepalen, dat niet kan worden vastgesteld of sprake is van voldoende functioneren in de zin van lid 1. De volgende tijd kan aangemerkt worden als het niet verrichten van arbeid: tijd doorgebracht met verlof zonder bezoldiging, indien het verlof is verleend uitsluitend in het belang van de ambtenaar, dan wel is verleend onder voorwaarde, dat bedoelde tijd niet zal meetellen voor de vaststelling van de diensttijd; tijd doorgebracht met verlof zonder bezoldiging, voor zover deze een tijdvak van een half jaar te boven gaat; tijd gedurende welke de ambtenaar in de uitoefening van zijn functie is geschorst: bij wijze van disciplinaire straf; van rechtswege, behoudens in geval van plaatsing of in bewaringstelling in een instelling voor psychiatrie of een daarmee gelijk te stellen inrichting; op grond van het feit, dat een strafrechtelijke vervolging terzake een misdrijf tegen hem is ingesteld, of hem het voornemen tot oplegging van de straf is aangezegd, dan wel hem die straf is opgelegd; omdat het belang van de dienst de schorsing vorderde, tenzij het tot schorsen bevoegd gezag het tegendeel bepaald. tijd doorgebracht wegens al dan niet verwijtbare arbeidsongeschiktheid. de tijd doorgebracht wegens zwangerschapsverlof en bevallingsverlof en aansluitend ouderschapsverlof (zover deze een tijdvak van een half jaar te boven gaat). Lid 6 Indien vaststaat, dat een schorsing, als bedoeld in lid 5 sub c van deze regeling, niet door het ten uitvoer leggen van een straf is gevolgd noch zal worden gevolgd, telt de tijd van deze schorsing alsnog mee voor de vaststelling van de diensttijd. Lid 7 In afwijking van het bepaalde in lid 5 sub b van dit artikel kan, indien de ambtenaar in het algemeen belang verlof zonder bezoldiging geniet voor een tijdvak van langer dan een half jaar, dit tijdvak volledig in aanmerking worden genomen voor de vaststelling van de diensttijd.

Rechtspraak bij dit artikel