**1.** Wanneer een stemming over personen voor het doen van een
voordracht of het opstellen van een voordracht of aanbeveling
moet plaatshebben, benoemt de voorzitter drie leden tot
stembureau.
**2.** Ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet op grond van
artikel 28 van de Gemeentewet van stemming moet onthouden, is
verplicht een stembriefje in te leveren. De stembriefjes dienen
identiek te zijn.
**3.** Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te
benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op
voorstel van de voorzitter beslissen dat bepaalde stemmingen
worden samengevat op één briefje.
**4.** Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde
stembriefjes gelijk is aan het aantal leden dat ingevolge het
tweede lid verplicht is een stembriefje in te leveren. Wanneer
de aantallen niet gelijk zijn, worden de stembriefjes vernietigd
zonder deze te openen en wordt een nieuwe stemming
gehouden.
**5.** Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid als bedoeld in
artikel 30 van de Gemeentewet worden geacht geen stem te hebben
uitgebracht die leden die geen behoorlijk ingevuld stembriefje
hebben ingeleverd.
Onder een niet behoorlijk ingevuld stembriefje wordt
verstaan:
a. een blanco stembriefje;
b. een ondertekend stembriefje;
c. een stembriefje waarop meer dan één naam is vermeld, tenzij
de stemming verschillende vacatures betreft;
d. een stembriefje waarbij, indien het een benoeming op
voordracht betreft, op een persoon wordt gestemd die niet is
voorgedragen;
e. een stembriefje waarbij op een andere persoon wordt gestemd
dan die waartoe de stemming is beperkt.
**6.** In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist
de raad, op voorstel van de voorzitter.
**7.** Onder de zorg van de griffier worden de stembriefjes
onmiddellijk na vaststelling van de uitslag vernietigd.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.3
Artikel 31
Stemming over personen
Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van de gemeente Zuidplas