**1..** De belasting wordt geheven:
van degene die het genot heeft krachtens eigendom, bezit of
beperkt recht van een perceel dat direct of indirect is
aangesloten op de gemeentelijke riolering en waarbij het
gedeelte van het afvalwater de hoeveelheid van 500 m³ per
jaar niet te boven gaat (hierna aangeduid als: rioolheffing
eigenarendeel);
van degene die, bij het begin van het belastingjaar, al dan
niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk
recht gebruik heeft van een perceel van waaruit afvalwater
op de gemeentelijke riolering wordt geloosd en waarbij het
gedeelte van het afvalwater de hoeveelheid van 500 m³ per
jaar te boven gaat (hierna aangeduid als: rioolheffing
gebruikersdeel);
**2..** Met betrekking tot het eigenarendeel wordt ingeval het eigendom een
onroerende zaak is, als genothebbende krachtens eigendom, bezit of
beperkt recht aangemerkt degene die als zodanig in de kadastrale
registratie staat vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip
geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht
is.
**3..** De rioolheffing eigenarendeel wordt indien het eigendom een roerende
zaak is, in afwijking van het tweede lid geheven van de gebruiker
van het eigendom.
**4..** Met betrekking tot het gebruikersdeel wordt:
in geval van verschillende soorten gebruik alleen het
belangrijkste gebruik in aanmerking genomen;
gebruik van een eigendom door leden van een huishouden
aangemerkt als gebruik door een lid van dat huishouden die
door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de
Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar wordt
aangewezen;
gebruik door degene aan wie een deel van een eigendom in
gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene die
dat deel ten gebruike heeft gegeven;
Het ter beschikking stellen van een eigendom voor volgtijdig
gebruik aangemerkt als gebruik door degene die het eigendom
ter beschikking heeft gesteld.
Artikel 3
Belastbaar feit en belastingplicht
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2010