Aan de medewerker die ingevolge een schriftelijke aanwijzing van burgemeester en wethouders buiten reguliere werktijden belast is met de storingsdienst, wordt een toelage toegekend conform de bijlage bij deze regeling.
In de toelage zijn tegemoetkomingen opgenomen voor:
het uitvoeren van de storingsdienst;
niet te declareren overuren voor kleine meldingen;
inconveniënten.
Bovenop de in dit artikel genoemde toelage ontvangt belanghebbende een extra netto onkostenvergoeding (zie bijlage).
De medewerker die belast is met storingsdienst heeft op grond van artikel 6:2:1 lid 4 van de AVREL per jaar recht op 14,4 uur extra verlof. Voor parttimers wordt dit verlof naar rato van het dienstverband aangepast.
Bij het niet meer vervullen van de storingsdienst treedt een afbouwregeling in werking. De afbouwperiode bedraagt ¼ gedeelte van de tijd dat de toelage werd genoten, maar nooit langer dan drie jaar. De afbouwperiode wordt verdeeld over drie perioden met een overeenkomstige duur. De hoogte van het afbouwbedrag is als volgt:
de eerste periode: 75% van de geldende toelage;
de tweede periode: 50% van de geldende toelage;
de derde periode 25% van de geldende toelage.
De afbouwregeling is niet van toepassing op de onder punt 1 genoemde ambtenaar van 55 jaar en ouder.
De medewerker die niet is ingeroosterd voor een storingsdienst maar zich op aanwijzing van burgemeester en wethouders beschikbaar moet houden voor deze dienst ter vervanging van een collega-storingsdienstmonteur ontvangt een vervangingstoeslag. De hoogte van deze vergoeding is opgenomen in de bijlage bij deze regeling.