1. Verzoeker doet aan het college op verzoek en uit eigen beweging zonder uitstel mededeling van alle feiten en omstandigheden waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op schuldhulpverlening, zowel bij het verzoek als gedurende de looptijd van de schuldhulpverlening.
2. Verzoeker is verplicht om alle medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is gedurende de verzoekperiode en tijdens de schuldhulpverlening. De medewerking bestaat onder andere uit:
a. het tijdig verschijnen op een afspraak voor schuldhulpverlening;
b. het overleggen van een identiteitsbewijs, zoals bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht;
c. het verlenen van toestemming om de voor de schuldhulpverlening van belang
zijnde informatie in te winnen bij, en te verstrekken aan derden;
d. het zich tot het uiterste inspannen om betaald werk te behouden dan wel fulltime
betaald werk te krijgen;
e. het treffen van maatregelen om de afloscapaciteit te verhogen, waaronder het
beroep doen op inkomensverhogende regelingen, het vragen van kostgeld aan
inwonende kinderen en het verkopen van niet noodzakelijke bezittingen;
f. het gebruiken van de beschikbare afloscapaciteit voor de aflossing van schulden;
g. geen nieuwe financiële verplichtingen aangaan;
h. het stipt nakomen van de overeengekomen aflossingsverplichtingen;
i. het zich houden aan de bepalingen van de afgesloten
schuldhulpverleningsovereenkomst(en);
j. het nalaten van wat de voortgang van de schuldhulpverlening belemmert.