Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 1

Artikel 2.1.1

Vergunning gebruik inrichting

Onderdeel van Brandbeveiligingsverordening

1.. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van Burgemeester en Wethouders een inrichting in gebruik te hebben of te houden, waarin: 25 of meer personen tegelijk aanwezig kunnen zijn, anders dan in een één- of meergezinshuis; bedrijfsmatig de stoffen zullen worden opgeslagen die bij ministeriële regeling zijn omschreven als brandbaar, brandbevorderend en bij brand gevaar opleverend; aan vijf of meer personen bedrijfsmatig of in het kader van verzorging nachtverblijf zal worden verschaft; aan vijf of meer kinderen jonger dan twaalf jaar, of aan vijf of meer lichamelijk en/of geestelijk gehandicapten dagverblijf zal worden verschaft; prostitutie wordt uitgeoefend, voorzover in de inrichting vijf of meer personen aanwezig kunnen zijn; in de vorm van kamerverhuur aan vijf of meer personen huisvesting wordt verschaft; brandcompartimenten zijn opgenomen waarvan de afmetingen zijn bepaald met toepassing van het Brandbeveiligingsconcept Beheersbaarheid van brand; activiteiten worden ondernomen die op grond van de Drank- en horecawet vergunningsplichtig zijn. 2.. Burgemeester en Wethouders kunnen aan de vergunning voorschriften verbinden in het belang van het voorkomen, beperken en bestrijden van brand, het beperken van brandgevaar en het voorkomen en beperken van ongevallen bij brand. 3.. Indien het belang waarvoor de vergunning is verleend, dit vereist op grond van een verandering van de inzichten en/of verandering van de omstandigheden gelegen buiten de inrichting, opgetreden na het verlenen van de vergunning, kunnen Burgemeester en Wethouders aan de vergunning nieuwe voorschriften verbinden en gestelde voorschriften wijzigen of intrekken.

Rechtspraak bij dit artikel