Artikel 4 wmo:
Ter compensatie van de beperkingen die een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g, onderdeel 4, 5,en 6, ondervindt in zijn zelfredzaamheid en zijn maatschappelijke participatie, treft het college van burgemeester en wethouders voorzieningen op het gebied van maatschappelijke ondersteuning die hem in staat stellen:
een huishouden te voeren;
zich te verplaatsen in en om de woning;
zich lokaal te verplaatsen per vervoermiddel;
medemensen te ontmoeten en op basis daarvan sociale verbanden aan te gaan.
Bij het bepalen van de voorzieningen houdt het college van burgemeester en wethouders rekening met de persoonskenmerken en behoeften van de aanvrager van de voorzieningen, waaronder verandering van woning in verband met wijziging van leefsituatie, alsmede met de capaciteit van de aanvrager om uit een oogpunt van kosten zelf in maatregelen te voorzien.
Uit artikel 4 van de wmo vloeit voort dat de aanvrager recht heeft op een voorziening die in zijn individuele situatie kan worden aangemerkt als compensatie. Voor gevallen waarin meer dan één voorziening als compensatie voor de vastgestelde beperkingen kan worden aangemerkt, bestaat slechts recht op de goedkoopste compenserende voorziening.
De begrippen “goedkoopst” en “compenserend” moeten in onderlinge samenhang worden bezien. De volgorde waarin deze begrippen zijn geplaatst, betekent niet dat bij de afweging die wordt gemaakt, de hoogte van de kosten van de voorziening voorop staat en pas in tweede instantie wordt gekeken of de voorziening als compensatie kan worden aangemerkt.
“Goedkoopst compenserend” betekent dat een voorziening altijd compenserend moet zijn. Pas als er meerdere compenserende voorzieningen zijn, kan de goedkoopste compenserende voorziening worden gekozen.
De gemeente verstrekt de goedkoopste voorziening, die als compenserend beschouwd kan worden. De verstrekking kan hierdoor afwijken van de aangevraagde voorziening. In verband hiermee is onder meer besloten het verstrekkingenpakket zoveel mogelijk te standaardiseren. Alleen wanneer een standaardvoorziening niet compenserend is, zal een verstrekking van een daarvan afwijkende voorziening aan de orde zijn. Waar mogelijk worden voorzieningen herverstrekt. Een product kan weliswaar duurder zijn, maar daardoor langer meegaan. Uiteindelijk kan de prijs, over de levensduur gerekend, dan lager uitvallen. Bij het vaststellen van de goedkoopst compenserende voorziening gaat het om wat voor de gemeente het goedkoopst compenserend is. Daarbij kan ook rekening gehouden worden met zogenaamde macro-overwegingen, overwegingen die het gehele beleid en de consequenties betreffen. Als de betrokkene een duurdere voorziening in natura wil verkrijgen is dit toegestaan, mits deze voorziening compenserend is en zo nodig na inname herverstrekt kan worden. De meerkosten van een dergelijke ‘luxer’ voorziening komen voor rekening van de betrokkene en worden bij beëindiging en inname van de verstrekking niet vergoed. Ook bij verstrekking in de vorm van een persoonsgebonden budget komen de meerkosten voor rekening van de aanvrager.
Uit jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep is gebleken dat de term goedkoopst adequate voorziening een wvg-term was, en dat nu gesproken moet worden van goedkoopst compenserende voorziening.
Hoofdstuk 1
Artikel 1.8
Goedkoopste compenserende voorziening
Onderdeel van Beleidsregels individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente De Wolden 2011