De omvang van de hulp die iemand nodig heeft om een schoon en leefbaar huis te krijgen wordt berekend aan de hand van normtijden. Deze normtijden zijn in het verleden vastgesteld in samenwerking tussen de indicatieorganen AWBZ en de instellingen voor thuishulp. De Centrale Raad is van mening dat dit systeem als uitgangspunt van te verlenen hulp gebruikt kan worden.
De normtijden zijn een uitgangspunt. In bijzondere situaties kan altijd naar boven of naar beneden worden afgeweken, mits aan de resultaatsverplichting voldaan wordt: de hulp moet leiden tot een schoon huis, schone kleding, (indien van toepassing) beschikbare maaltijden enz.
Het is niet zo dat onbeperkt aan allerlei eisen tegemoetgekomen kan worden. Aan welke eisen wel tegemoetgekomen wordt is een individuele afweging. Uitgangspunt is daarbij een “gemiddelde situatie” welk uitgangspunt in de verordening vorm heeft gekregen in de bepaling van artikel 2, lid 2 aanhef en onder c “Geen voorziening wordt toegekend (…..) c. voor zover de aangevraagde voorzieningen betrekking hebben op een hoger niveau dan het uitrustingsniveau sociale woningbouw.”
Dit wil zeggen dat woningen die veel groter zijn dan woningen in de sociale woningbouw over het algemeen niet per definitie volledig vallen onder de compensatieplicht. In een individuele beoordeling zal afgewogen moeten worden of bijvoorbeeld niet gebruikte ruimten of ruimten die niet noodzakelijkerwijs gebruikt hoeven te worden mee moeten worden genomen in de bepaling van de omvang van de noodzakelijke hulp. Daar staat tegenover dat zeer kleine woningen tot een reductie van tijd kunnen leiden.
Bij het vaststellen van de omvang van de hulp bij het huishouden wordt gebruik gemaakt van het protocol “Indicatiestelling voor Huishoudelijke Verzorging”. Dit protocol is door burgemeester en wethouders vastgesteld als geldende, gemeentelijke beleidsregel. De vaststelling van de hulp die noodzakelijk is om aan de resultaatsverplichting te voldoen gebeurt in uren en minuten, afgerond naar decimalen, per week, zoals genoemd in artikel 11 van de Verordening.
Het is niet uit te sluiten dat er alternatieve normtijden ontstaan: ontwikkelingen in het schoonmaken zouden dit kunnen veroorzaken. Uiteraard kunnen ook andere normtijden worden gehanteerd. Voorwaarde hiervoor is dat zij te onderbouwen zijn. Is aan alle voorwaarden voldaan, dan kan bij beschikking meegedeeld worden op welke wijze het bestaande probleem opgelost kan worden. Daarbij wordt aangegeven welke stappen doorlopen zijn en welk eindresultaat leidt tot het gewenste resultaat: een schoon en leefbaar huis.
Gaat het om zorg in natura dan kan de instelling die betrokkene – uit de mogelijke instellingen - kiest op de hoogte gebracht worden Gaat het om een persoonsgebonden budget dan kan – nadat nagegaan is of er geen overwegende bezwaren zijn die zich verzetten tegen een persoonsgebonden budget – het bedrag op de gebruikelijke wijze beschikbaar worden gesteld.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.7
Omvang van de hulp.
Onderdeel van Beleidsregels individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente De Wolden 2011