4.4.1. Uitbreiding van ruimten
Als het gaat om een resultaat dat uitsluitend via een uitbreiding van ruimten kan worden gerealiseerd, worden de volgende maximale aantallen vierkante meters aangehouden, tenzij medische noodzaak een ander maximum vergt. Het gaat dan om het maximaal te realiseren aantal vierkante meters, bestaand en uitbreiding tezamen genomen. Het betreft dus niet uitsluitend de uitbreiding. Uiteraard dient dat door een onafhankelijk adviserend arts (in principe de adviseur van de gemeente) aangegeven te worden:
woonkamer
30
6
keuken
10
4
eenpersoons slaapkamer
10
4
tweepersoons slaapkamer
18
4
eenpersoons zitslaapkamer
18
8
toiletruimte
2
1
badkamer: wastafelruimte
2
1
badkamer: doucheruimte
3
2
entree/gang/hal
5
2
berging
6
4
4.4.2. Bouwkundige en niet-bouwkundige voorzieningen.
Of de cliënt in aanmerking komt voor een losse (roerende) of een vaste (onroerende) woonvoorziening, hangt af van de bouwkundige situatie van de woning en van de ondervonden beperkingen en belemmeringen, alsmede van het te bereiken resultaat. Het gaat bij losse woonvoorzieningen bijvoorbeeld om tilliften, badliften, douche-/toiletstoelen, douchestretchers, badtransfer-planken. Waar mogelijk zal uit een oogpunt van herbruikbaarheid gekozen worden voor verstrekking van losse woonvoorzieningen. Zoals al vermeld gaat het hier niet om inrichtingselementen. De losse woonvoorziening moet voorzien in een oplossing voor een elementaire woonfunctie, die eventueel ook kan worden geboden middels een bouwkundige voorziening. Meestal zal de losse voorziening een goedkoop en adequaat alternatief zijn voor een vast voorziening. Een voorbeeld: in plaats van een vaste plafondlift als transferhulpmiddel kan ook een losse tillift worden verstrekt of een transferplank. Ook zal bij voorkeur met losse voorzieningen worden gewerkt in situaties waarin mensen wachten op opname in een zorginstelling of in andere situaties waarin de voorziening langdurig noodzakelijk is, maar waarin de verstrekking van vaste woonvoorzieningen als risico met zich meebrengt dat deze voorziening op zichzelf niet efficiënt is. Voorbeelden zijn terminale situaties, maar ook situaties van mensen die in een slooppand wonen.
4.4.3. Woningsanering in verband met CARA
Financiële tegemoetkoming voor woningsanering
Men kan in aanmerking komen voor een financiële tegemoetkoming voor woningsanering die als gevolg van allergie, astma of chronische bronchitis (CARA of COPD) noodzakelijk zijn. Sanering is slechts mogelijk als een duidelijke diagnose is gesteld door de huisarts of de longarts. De noodzaak voor het verstrekken van een vergoeding, wordt mede in relatie tot het levenspatroon en leefregels, de gehele woninginrichting en ventilatiemogelijkheden en gedrag bepaald. Het college kan hierover advies vragen eventueel met inschakeling van een gespecialiseerde CARA-verpleegkundige. Verwacht wordt dat de betrokkene zich in het vervolg bij de aanschaf van nieuwe materialen aan het programma van eisen voor de woninginrichting zal houden. Ook mag verwacht worden dat betrokkene zelf maatregelen treft ter voorkoming van CARA-klachten.
In de regel kan een vergoeding worden verstrekt indien:
- de aanvrager bij de aanschaf niet van tevoren had kunnen weten dat CARA zou ontstaan/verergeren;
- vervanging van het artikel medisch gezien op zeer korte termijn noodzakelijk is. Geen vergoeding wordt verstrekt indien:
- het treffen van een voorziening niet tot verbetering van de situatie van de cliënt leidt;
- de cliënt bij aanschaf van het artikel redelijkerwijs had kunnen weten dat hij overgevoelig op bepaalde stoffen reageert.
In De Wolden heeft de woningsanering in de regel betrekking op het vervangen van tapijt in het slaapvertrek. De woonkamer kan ook worden gesaneerd indien de aanvrager jonger is dan vier jaar. Wanneer kinderen ouder zijn, gaan zij overdag naar school en kan derhalve worden volstaan met het saneren van de vloerbedekking in de slaapkamer, tenzij het vervangen van de vloerbedekking in de woonkamer medisch noodzakelijk wordt geacht.
Wanneer tapijt in het slaapvertrek vervangen moet worden, wordt zeil beschouwd als zijnde de goedkoopst compenserende oplossing. Wanneer tapijt in de woonkamer vervangen moet worden, wordt laminaat beschouwd als zijnde de goedkoopst adequate oplossing. Ondervloerbedekking en legkosten komen tevens voor vergoeding in aanmerking.
Afschrijvingstermijn
Een vergoeding wordt alleen verstrekt in die gevallen dat de te vervangen stoffering nog niet is afgeschreven. Indien een artikel is afgeschreven (in de regel na 8 jaar) wordt geen financiële tegemoetkoming verleend. Bij de bepaling van de tegemoetkoming wordt in De Wolden rekening gehouden met de reeds verlopen afschrijvingsperiode.
De vergoeding bedraagt een percentage van de kosten, afhankelijk van de afschrijvingsperiode:
100% indien het artikel nieuwer is dan twee jaar;
75% indien het artikel tussen de twee en vier jaar oud is;
50% indien het artikel tussen de vier en zes jaar oud is;
25% indien het artikel tussen de zes en acht jaar oud is.
Indien het artikel acht jaar of ouder is, wordt geen vergoeding verstrekt;
Hetzelfde geldt bij verhuizing, omdat bij verhuizing de woning opnieuw moet worden ingericht en dan rekening kan worden gehouden met de ondervonden klachten.
Normbedragen
Als normbedragen worden gehanteerd:
- voor vinyl € 53,-- per meter (uitgaande van een gemiddelde lengte van de rol van 4 meter), inclusief ondervloer en legkosten;
- gordijnen: € 15,-- per meter voor rolgordijnen of een ander soort gladde gordijnen.
4.4.4. De uitraasruimte.
De uitraasruimte is onder de Wmo omschreven in de verordening. Artikel 15, aanhef en onder g luidt dan ook:
“De in artikel 13 onder b., c. en d. genoemde voorzieningen kunnen bestaan uit: (……)
“g. een uitraasruimte.”
Het gaat om een ruimte die alleen ten behoeve van de persoon met een aantoonbare gedragsstoornis noodzakelijk is met een duidelijk beoogbaar resultaat, te weten om hem/haar tot rust te doen komen. Dat het uitsluitend om de persoon zelf gaat vloeit voort uit de algemene beperking dat individuele Wmo-voorzieningen in hoofdzaak op het individu gericht zijn.
De uitraasruimte is dus uitdrukkelijk niet bedoeld om overlast voor huisgenoten te beperken, hoewel dat wel een mogelijk neveneffect kan zijn van verstrekking.
Met het oog op de beperking, de gedragsstoornis met ernstig ontremd gedrag tot gevolg, zal de ruimte in de regel beperkt van omvang zijn. Aanwezige voorzieningen zijn gericht op het doel van de uitraaskamer, het tot rust laten komen. Doorgaans zal de ruimte daarom prikkelarm en veilig moeten zijn, en tevens zijn uitgerust met voorzieningen die toezicht mogelijk maken. Voor zover dat geen technische apparatuur is kan dat onder de voorziening vallen.
Op basis van deskundigenadvies (met name een advies van een onafhankelijk psycholoog of orthopedagoog kan van belang zijn) zal op individuele basis worden vastgesteld aan welke eisen de uitraasruimte moet voldoen. Waar mogelijk zullen bestaande ruimten worden aangepast, bijvoorbeeld de slaapkamer van de persoon voor wie de uitraaskamer nodig is.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.4
Overige woonvoorzieningen
Onderdeel van Beleidsregels individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente De Wolden 2011