Indien een vervoersvoorziening in de vorm van collectief vervoer geen adequate oplossing is, kan een individuele vervoersvoorziening worden verstrekt. Hierbij wordt onderscheidt gemaakt in individuele vervoersvoorzieningen in natura en individuele vervoersvoorzieningen in de vorm van een financiële tegemoetkoming.
Tevens is het mogelijk om naast het collectief vervoer een individuele vervoersvoorziening in natura te verstrekken, zoals bijvoorbeeld een scootermobiel.
Een al dan niet aangepaste bruikleenauto
Een persoon met een beperking komt in aanmerking voor een (aangepaste) bruikleenauto wanneer aantoonbare beperkingen als gevolg van ziekte of gebrek het opleggen van het primaat van het collectief vervoer onmogelijk maken en de overige vervoersvoorzieningen niet kunnen worden beschouwd als zijnde de goedkoopst compenserende oplossing. Hierdoor zal het verstrekken van een (aangepaste)bruikleenauto niet vaak voorkomen.
Indien er een bruikleenauto wordt verstrekt, wordt tevens een tegemoetkoming in de kosten van het gebruik van een bruikleenauto verstrekt.
Aangezien een auto als algemeen gebruikelijk wordt beschouwd voor personen met een inkomen dat hoger ligt dan anderhalf maal het norminkomen, wordt ook een bruikleenauto niet verstrekt aan personen met een inkomen dat hoger ligt dan anderhalf maal het norminkomen.
Een al dan niet aangepaste gesloten buitenwagen.
Een gesloten buitenwagen is een specifiek invalidenvoertuig, veelal voorzien van een benzinemotor. De maximum snelheid van een dergelijke voorziening bedraagt 45 kilometer per uur. De gesloten buitenwagen kan worden verstrekt als de persoon met een beperking geen gebruik kan maken van het collectief vervoer en waarvoor geen andere goedkoopst adequate oplossing kan worden getroffen. Gelet op bovenstaande zal het verstrekken van een dergelijke voorziening niet vaak voorkomen.
Een open elektrische buitenwagen (scootermobiel).
De open elektrische buitenwagen is beter bekend als een scootermobiel en is bedoeld voor personen met een beperking die matig tot slecht kunnen lopen. Een dergelijke voorziening is een hulpmiddel voor verplaatsingen in de directe woonomgeving van de belanghebbende. Voor deze verplaatsingen is het niet logisch of zelfs soms onmogelijk om gebruik te maken van het collectief vervoer.
Afhankelijk van de rijvaardigheid, de vervoersbehoefte en de beperkingen van de belanghebbende wordt een bepaald type scootermobiel geselecteerd. De snelheid van de scootermobiel wordt afgesteld op 8, 10 of 12 kilometer per uur. In bepaalde situaties is het mogelijk om een scootermobiel in 15 kilometer uitvoering te verstrekken. De individuele omstandigheden, de vervoersbehoefte en de mogelijkheden van de belanghebbende zijn hierbij van doorslaggevend belang. De (nieuw) te verstrekken scootermobiel heeft altijd een minimum ‘topsnelheid’ van 12 km per uur.
Het gemeentelijk beleid bepaalt dat een scootermobiel geïndiceerd is indien er een substantiële vervoersbehoefte is in de directe omgeving van de woning. Dat kan wanneer de persoon met een beperking bijvoorbeeld binnen een straal van 1 tot 1,5 kilometer met een scootermobiel zelf boodschappen kan doen, familie en kennissen kan bezoeken en andere vormen van vrijetijdsbesteding beschikbaar heeft.
De volgende criteria worden gehanteerd voor toekenning van een scootermobiel:
- de cliënt kan (met loophulpmiddel) minder dan 200 meter lopen;
- de voorzieningen liggen binnen een straal van 100 - 1500 meter;
- collectief vervoer is onvoldoende adequaat;
- er is een substantiële vervoersbehoefte in de directe omgeving van de woning;
- gebruik van een scootermobiel is niet alleen voor recreatieve doeleinden.
Een scootermobiel wordt altijd in bruikleen verstrekt. Verder kan de scootermobiel in sommige situaties worden verstrekt als aanvulling op de mogelijkheid gebruik te maken van het collectief vervoer of een vergoeding voor de kosten van het gebruik van de eigen auto.
Een ander verplaatsingsmiddel.
Er is een aantal andere verplaatsingsmiddelen dat gewenst kan zijn, al dan niet in combinatie met het collectief vervoer of een tegemoetkoming in de kosten van het gebruik van de eigen auto of taxi.
- De fiets, driewielfiets, tandem en handbike.
Het meest gebruikelijke verplaatsingsmiddel is de fiets. De fiets is een zodanig normaal vervoermiddel, dat de fiets als algemeen gebruikelijk kan worden beschouwd. Om deze reden zal een fiets of een bromfiets nooit voor verstrekking in aanmerking kunnen komen. Deze redenering gaat niet op voor bijzondere fietsen, zoals driewielfietsen, vierwielfietsen, tandem of een handbike.
Dergelijke voorzieningen worden verstrekt als ze een rol spelen in het kader van verplaatsingen van alle dag. Indien dergelijke voorzieningen alleen bedoeld zijn voor de ontwikkeling en de ontspanning, dan vallen deze verstrekkingen niet onder de compensatieplicht van de gemeente: met de invoering van de Wmo zijn de voorzieningen voor ontwikkeling en ontspanning afgeschaft. Men kan nog slechts een beroep doen op de bijzondere bijstand.
Verplaatsingsmiddelen in de vorm van een drie-/vierwielfiets, een tandem en een handbike
worden in bruikleen verstrekt of in de vorm van een persoonsgebonden budget (PGB).
- Aanpassingen.
Vervoershulpmiddelen (aangepaste fietsen, scootermobielen en handbikes) worden doorgaans op maat verstrekt. Daarom is het soms noodzakelijk dat aanpassingen aan de voorziening worden uitgevoerd. Ook is het mogelijk dat een voorziening na enige tijd moet worden aangepast, bijvoorbeeld omdat de lichamelijke situatie van de persoon met een beperking is veranderd. Op basis van de Wmo worden deze aanpassingen uitgevoerd. Voorwaarde is wel dat de voorziening is verstrekt door de gemeente De Wolden. Wanneer de voorziening is verstrekt door een andere instantie op basis van andere regelgeving, wordt de persoon met een beperking verwezen naar de oorspronkelijke verstrekker.
- Onderhoud en reparatie.
Op grond van de Verordening is de gemeente De Wolden verplicht onderhoud en reparatie aan de in bruikleen verstrekte vervoershulpmiddelen, zoals een scootermobiel of een driewielfiets, te vergoeden. Bij de organisatie van onderhoud en reparatie heeft de gemeente De Wolden een onderhoudscontract afgesloten met de leverancier van de hulpmiddelen, de firma MRS.
Door het afsluiten van dit onderhoudscontract worden alle in bruikleen verstrekte hulpmiddelen eenmaal per jaar onderhouden en indien nodig gerepareerd zonder dat dit extra kosten oplevert voor de gemeente. Tevens hebben alle nieuwe hulpmiddelen die de gemeente bij de firma MRS koopt een door MRS gegarandeerde levensduur van zeven jaar.
Alle hulpmiddelen met een elektrische aandrijving, die krachtens de Wmo in bruikleen worden verstrekt zijn verzekerd, waarbij de kosten voor rekening van de gemeente worden genomen. Alle niet-gemotoriseerde vervoershulpmiddelen moeten door de persoon met een beperking zelf worden verzekerd, voor zover de aansprakelijkheidsverzekering van de betrokkene dit niet dekt.
Vervoershulpmiddelen die niet door de gemeente op grond van de Wmo zijn verstrekt, komen niet voor onderhoud, reparatie, verzekering en aanpassing op grond van de Wmo in aanmerking.
- Accessoires.
Accessoires die noodzakelijk zijn om een vervoershulpmiddel een adequate voorziening te laten zijn worden vergoed op basis van de Wmo. Hierbij kan gedacht worden aan been- en voetzakken. Been- en voetenzakken zijn voor mensen die als gevolg van een verminderde bloedsomloop buitenshuis voortdurend koude voeten en benen hebben van groot belang.
Hoofdstuk 5
Artikel 5.4
Individuele vervoersvoorzieningen in natura
Onderdeel van Beleidsregels individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente De Wolden 2011