Artikel 27 van de verordening bepaalt dat er vier mogelijkheden zijn om rolstoelen te verstrekken:
-Een algemene rolstoelvoorziening;
-Een rolstoel in natura;
-Een persoonsgebonden budget te besteden aan een rolstoel;
-Een persoonsgebonden budget te besteden aan een sportrolstoel.
6.1.1. De algemene rolstoelvoorziening.
De algemene rolstoelvoorziening is met de invoering van de Wmo een nieuwe mogelijke vorm van verstrekken. Bij het vaststellen van deze beleidsregels is deze vorm van hulp nog onvoldoende ontwikkeld om als primaat te kunnen stellen. De algemene voorziening wordt daarom als ‘niet aanwezig’ beschouwd. Deze voorziening kan in een later stadium wel ontwikkeld en ingezet worden in het kader van de Wmo.
6.1.2. Soorten rolstoelvoorzieningen
De onder 6.1, b t/m c, genoemde voorzieningen hebben betrekking op onderstaande soorten rolstoelvoorzieningen:
Handbewogen rolstoelen
Verstrekking van een zelfbeweger kan adequaat zijn wanneer de aanvrager over een goede arm- en handfunctie en een redelijk uithoudingsvermogen beschikt. Wanneer de aanvrager slechts in één hand of arm een sterke functie heeft is verstrekking van een zelfbeweger met mechanische voortbeweging aan één zijde mogelijk. Zelfbewegers met kleine wielen achter en grote wielen voor kunnen geschikt zijn voor aanvragers met een beperkte arm/handfunctie. Voorwaarde voor verstrekking van een duwwandelwagen is de regelmatige beschikbaarheid van een begeleider.
Verstrekt worden:
- duwwandelwagen voor incidenteel gebruik
- duwwandelwagen voor frequent tot continu gebruik
- zelfbeweger voor incidenteel gebruik
- zelfbeweger speciaal: actiefrolstoel
Elektrische rolstoelen
Aanvragers waarvoor een handbewogen rolstoel niet geschikt of toepasbaar is komen in aanmerking voor een elektrische rolstoel.
Verstrekt worden varianten:
- voor gebruik binnen
- voor gebruik binnen en buiten
- voor gebruik buiten (open model)
- voor gebruik buiten (gesloten model)
Kinderrolstoelen
De gemeente verstrekt bij voorkeur een rolstoel met diverse instel- en aanpassingsmogelijkheden, zodat een rolstoel 3 à 4 jaar met het kind kan meegroeien. In verband met de veiligheid kunnen antikiepwieltjes en spaakbeschermers worden verstrekt. Om de kinderen te kunnen duwen, wanneer zij moe worden, is verstrekking van duwhandvatten mogelijk.
Kindervoorzieningen
Voor kinderen met een beperking bestaat een aantal voorzieningen, die als voorloper op de rolstoel beschouwd kunnen worden. Daarom is verstrekking daarvan ook mogelijk. Bij deze voorzieningen worden de kosten van vergelijkbare voorziening voor kinderen zonder beperking op de verstrekking in mindering gebracht.
Verstrekt worden:
- zitondersteuningselementen;
- buggy’s;
- duwwandelwagens;
- speelmobielen;
- vliegende Hollanders;
- kruipwagens;
- kruiphulpmiddelen.
Rolstoelaccessoires
Voor dergelijke accessoires geldt dat bij verstrekking van een rolstoel een medische noodzaak dient te bestaan voor rolstoelaccessoires.
Rolstoeltraining
Aanvragers, die elders (bijvoorbeeld in een revalidatiecentrum) hebben deelgenomen aan een rolstoeltraining en rijlessen komen niet voor verstrekking van deze voorziening in aanmerking.
Onderhoud, reparatie, verzekering
Bij verstrekking in natura zijn de kosten hiervoor opgenomen in de overeenkomst tussen gemeente en leverancier. Bij verstrekking als persoonsgebonden budget wordt hiervoor een bedrag toegekend aan de aanvrager.
Bij de keuze van een rolstoel spelen de volgende aspecten een rol:
gebruik : frequentie, duur en doel van het gebruik;
gebruiksgebied : binnen, buiten, binnen en buiten;
aandrijving : met behulp van het eigen lichaam, mechanisch of een ander;
zithouding : aansluiting op aard van de beperking
meeneembaarheid : inklapbaar, niet inklapbaar, vastzetbaarheid;
antrometrische gegevens : aanpassing aan de lichaamsmaten;
Op grond van deze aspecten zal bij iedere aanvraag het ‘Programma van Eisen’ (PvE) voor de rolstoel bepaald worden. Veelal wordt de leverancier van de hulpmiddelen gevraagd bovenstaande te beoordelen. Alleen wanneer op voorhand de medische indicatie niet duidelijk is en/of niet duidelijk is aan welke eisen de rolstoel moet voldoen, wordt een extern selectieadvies gevraagd. De meeste aanvragen hebben namelijk betrekking op rolstoelen voor incidenteel gebruik. In deze gevallen kan een kostbare selectieprocedure worden overgeslagen. Bovendien verkort dit de doorlooptijd aanzienlijk.
6.1.3. Rolstoel in natura en pgb
Voor hen die een rolstoel nodig hebben voor verplaatsing in en rond de woning kan op basis van het gestelde in artikel 28, lid 2 van de verordening een rolstoel toegekend worden. Dit kan ingevolge artikel 27 van de verordening, aanhef en onder b en c als voorziening in natura en als persoonsgebonden budget.
Via een onderzoek zal bepaald worden of er een indicatie is voor een rolstoel en zo ja, in welke vorm. Daarbij is de wens van de aanvrager bepalend en zal een persoonsgebonden budget uitsluitend geweigerd worden als daarvan sprake is op basis van artikel 3 van de modelverordening en artikel 1.2 van het Besluit maatschappelijke ondersteuning.
Hieronder staat hoe hoog het PGB is, afhankelijk van het type rolstoel.
Handbewogen rolstoel voor incidenteel gebruik
Handbewogen rolstoel voor semi-permanent gebruik
€ 105,09
*Deze bedragen zijn gebaseerd op de prijzen van 2010.
Voor rolstoelen, die niet tot bovengenoemde categorieën behoren, wordt de hoogte van het PGB bepaald aan de hand van de bijbehorende offerte van de firma MRS te Hoogeveen. De reden hiervan is dat rolstoelen voor permanent gebruik en elektrische rolstoelen dusdanig op de aanvrager worden aangepast, dat hiervoor niet een standaard bedrag als PGB kan worden genomen. Op basis van alle specifieke eisen waar de rolstoel aan moet voldoen, stelt de firma MRS op verzoek van de gemeente een offerte op. Met de toegekende PGB, die gebaseerd is op deze offerte kunt u zelf een leverancier uitzoeken om de rolstoel aan te schaffen.
Het bedrag voor jaarlijks onderhoud is inclusief verzekering, reparatie en onderhoud. De bedragen zijn gebaseerd op de aanschafbedragen van het meest verstrekte type rolstoelen uit het voorkeursassortiment zoals deze is vastgesteld door de gemeente i.s.m. de firma MRS. Het bedrag voor onderhoud, reparatie en verzekering is een jaarlijks bedrag. Dit bedrag wordt ook jaarlijks uitbetaald, voor het eerst een jaar na de toekenning.
6.1.4. Sportrolstoel
Tot slot is het nog mogelijk een sportrolstoel aan te vragen. De sportrolstoel is een bovenwettelijke voorziening die niet onder het verplaatsen in en om de woning valt. Historisch gezien is de sportrolstoel ook onder de Wvg al als bovenwettelijke voorziening verstrekt. Voor een sportrolstoel komt men ingevolge artikel 28, lid 3 van de verordening in aanmerking als sportbeoefening zonder sportrolstoel onmogelijk is door aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of gebrek. Dit om het ook mogelijk te maken aan niet-rolstoelgebruikers via een sportrolstoel aan sport te kunnen doen. Ter verduidelijking: wie normaal met krukken loopt zal een sportrolstoel nodig hebben om aan sport te kunnen doen.
Het gebruik van een sportrolstoel voor teamsporten is helder. Daarnaast zijn er ook individuele sporten (marathon bijvoorbeeld) waar men een sportrolstoel voor aan zal vragen. Recreatieve activiteiten worden niet onder sport gerekend. De aanvraag voor een sportrolstoel om in de natuur te zijn zal dan ook afgewezen worden, hetgeen kan vanwege het bovenwettelijke karakter van deze voorziening. Om deze reden wordt wel de eis gesteld dat men actief lid is van een gehandicaptensportvereniging, hoewel dat lid zijn ook niet alles zegt.
Er moet op gewezen worden dat bij veel gehandicaptensportverenigingen de mogelijkheid geschapen wordt een sportrolstoel te lenen om uit te proberen of een bepaalde sport die aantrekkelijk lijkt ook bij iemand past. Dit kan nuttig zijn om te voorkomen dat een aangeschafte rolstoel uiteindelijk niet of nauwelijks gebruikt wordt.
Een sportrolstoel wordt uitsluitend als persoonsgebonden budget verstrekt. Dit persoonsgebonden budget hoeft dan – vanwege het buitenwettelijke karakter – niet vergelijkbaar en toereikend te zijn. In het bedrag is een deel als bijdrage in de aanschaf van een sportrolstoel bedoeld en een deel voor onderhoud.
In uitzonderlijke situaties, waarin bijvoorbeeld een elektrische rolstoel noodzakelijk is voor sport, kan met behulp van een beroep op de hardheidsclausule een hoger bedrag worden verstrekt. Dat zal mogelijk zijn als het inkomen de aanschaf van een elektrische sportrolstoel met een persoonsgebonden budget niet mogelijk maakt. Een uitgebreide individuele beoordeling is hiervoor noodzakelijk.
Topsport zal net als bij niet-gehandicapten, vaak hoge uitgaven vergen voor sporthulpmiddelen. Deze regeling is daar niet voor bedoeld. Topsport zal vaak een beroep op sponsoring noodzakelijk maken.
De enige sportvoorziening die wordt verstrekt is de sportrolstoel. Net als in de Wvg is gekozen voor deze beperking. Bij de Wvg is de sportrolstoel als uitzondering vanuit de AAW meegenomen. Volgens vaste jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep in de Wvg is dat terecht. Nu bij invoering van de Wmo geen extra geld beschikbaar is gekomen om ruimer sportvoorzieningen te verstrekken is deze regel vanuit de Wvg in de Wmo aangehouden.
Hoofdstuk 6
Artikel 6.1
Vormen van rolstoelvoorzieningen
Onderdeel van Beleidsregels individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente De Wolden 2011