Wanneer een indicatie van rechtswege afloopt, zou een cliënt sowieso het recht op zijn huidige indicatie verliezen. Een nieuwe indicatie kan daarom gewoon afgegeven worden aan de hand van de nieuwe wet. Daarbij moet wel net als voorgaande jaren zorgvuldig gehandeld worden. Wanneer een cliënt pas vlak voor het aflopen van zijn indicatie een nieuw besluit krijgt en hij minder geïndiceerd krijgt, is het zorgvuldig om even na te gaan of een cliënt wel voldoende tijd heeft om zijn hulpverlener bijvoorbeeld deels op te zeggen. Primair ligt echter de verantwoordelijkheid bij de cliënt om tijdig een nieuwe aanvraag te doen.
Dit ligt anders in de situatie waarbij het college een lopende indicatie van een cliënt gaat herindiceren gedurende de looptijd. Wanneer een cliënt bijvoorbeeld een indicatie heeft tot 1 april 2018 en het college geeft tussentijds op initiatief van het college een nieuw besluit, dan is er sprake van een inbreuk op een eigendomsrecht. Dit zal in elk geval spelen bij de cliënten die op grond van de AWBZ een indicatie hebben die loopt tot na 1 januari 2016. Een dergelijke inbreuk op het eigendomsrecht is gerechtvaardigd nu de wet is aangepast, maar daarbij moet nog wel extra zorgvuldig worden gehandeld.
Vanzelfsprekend speelt mee in hoeverre de huidige zorg (on)gewijzigd wordt voortgezet. Bij een wijziging waarbij een cliënt minder of andere zorg krijgt, moet hij de tijd hebben om te kunnen wennen aan deze situatie. In het algemeen geldt dat daarbij een overgangstermijn van zes maanden redelijk is. Gedurende deze termijn wordt dan de oude/huidige zorg ongewijzigd voortgezet. Per individuele cliënt moet bekeken worden welke termijn redelijk is in zijn geval. Daarbij is onder andere van belang op welke termijn een cliënt zijn huidige overeenkomsten indien nodig op kan zeggen en bijvoorbeeld binnen welke termijn hij desgewenst bij een andere instelling of zorgverlener zorg kan ontvangen.
Afdeling 1 › Hoofdstuk 10
Artikel 10.3
Overgangsrecht
Onderdeel van Beleidsregels Wmo De Wolden 2015