Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf

Artikel 19

Inrichtingen en activiteiten vanuit die inrichtingen in boringsvrije zones

Onderdeel van Besluit van Provinciale Staten van 4 februari 2013 houdende regels ter bescherming van het milieu. (Provinciale Milieuverordening Utrecht 2013) (PMV)

1. Het is verboden in een boringsvrije zone een inrichting op te richten of in werking te hebben, indiendie inrichting behoort tot de met de letters r, w, x en y aangewezen categorieën van inrichtingendie zijn opgenomen in bijlage 5 bij deze verordening. 2. Het eerste lid geldt wat betreft de met de letters r, w, x en y aangewezen categorieën van inrichtingen tevens voor het oprichten of hebben van een boorput vanuit die inrichting voor zover het een buiten een boringsvrije zone gelegen inrichting betreft en de boorput onder een boringsvrijezone is gelegen. 3. Het bevoegd gezag verbindt aan de omgevingsvergunning voor een inrichting in een boringsvrije zone die behoort tot een categorie die is aangewezen in bijlage I bij het Besluit omgevingsrecht, in ieder geval voorschriften met eenzelfde inhoud als de artikelen 20 en 21, voor zover het een activiteit vanuit de inrichting betreft. 4. De voorschriften, bedoeld in dit artikel, zijn rechtstreeks van toepassing op inrichtingen waarvoor geen omgevingsvergunning is vereist, en op activiteiten binnen die inrichtingen. 5. Dit artikel is niet van toepassing, voor zover op grond van een algemene maatregel van bestuur of een ministeriële regeling reeds eenzelfde of strengere voorschriften gelden.

Rechtspraak bij dit artikel