Het is verboden in een grondwaterbeschermingsgebied een inrichting op te richten of in werking te hebben indien die inrichting behoort tot een categorie die is aangewezen in bijlage 5 bij deze verordening. Dat verbod geldt wat betreft de met de letters r, w, x en y aangewezen categorieën van inrichtingen tevens voor het oprichten of hebben van een boorput vanuit die inrichting voor zover het een buiten een grondwaterbeschermingsgebied gelegen inrichting betreft en de boorput onder een grondwaterbeschermingsgebied is gelegen.
Hoofdstuk › Paragraaf
Artikel 14