In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
ADN: Europees Verdrag inzake het internationale vervoer van gevaarlijke goederen over de binnenwateren (Trb. 2001, 67);
binnenschip: schip als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Binnenvaartwet;
vaarweg: voor het openbaar verkeer met schepen openstaand water in de zin van artikel 1.01, onder D, onder 5°, van het Binnenvaartpolitiereglement;
ladingtank: tank vast verbonden met een binnenschip waarvan de wanden hetzij door de scheepsromp zelf, hetzij door van de scheepsromp onafhankelijke wanden zijn gevormd;
restladingdamp: damp die na het lossen in de ladingtank achterblijft;
stoffen: chemische elementen, verbindingen daarvan dan wel mengsels van die elementen of verbindingen;
ontgassen: afvoeren van restladingdamp uit een ladingtank waarbij restladingdampen terechtkomen in de open lucht;
schipper: persoon als bedoeld in artikel 1.2.1 van deel 1 van het ADN;
vervoerder: de onderneming, bedoeld in 1.2.1 van deel 1 van het ADN.
Hoofdstuk 3A
Artikel 30a