**1.** Een ieder is verplicht verontreiniging van het grondwater in een beschermingsgebied als bedoeld in artikel 5 te voorkomen of, voor zover verontreiniging niet kan worden voorkomen, deze zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken.
**2.** Degene die grondwater verontreinigt of dreigt te verontreinigen, dan wel degene onder wiens verantwoordelijkheid dit gebeurt, informeert terstond Gedeputeerde Staten en de directeur van het betrokken drinkwaterbedrijf. Daarbij wordt aangegeven welke maatregelen zijn of worden genomen ter voorkoming, beperking of ongedaanmaking van de verontreiniging.
**3.** Dit artikel geldt niet:
voor zover artikel 1.1a, artikel 9.2.1.2 of artikel 10.1 van de Wet milieubeheer of artikel 13 van de Wet bodembescherming van toepassing is;
met betrekking tot inrichtingen.
Hoofdstuk › Paragraaf
Artikel 4