**1..** Naast het gestelde in artikel 2 van het Bbz 2004 gelden de volgende criteria:
a. Gedurende de eerste 9 maanden na de start van een eigen bedrijf wordt de zelfstandige als startend zelfstandige beschouwd.
b. Gedurende de periode 9 tot 18 maanden na de start, wordt een zelfstandige als gevestigde zelfstandige beschouwd als naast de voorwaarden van het Bbz 2004 aan de onderstaande aanvullende criteria wordt voldaan:
De zelfstandige heeft in deze periode aan het urencriterium voldaan (zoals bedoeld in art. 3.6 van de Wet inkomstenbelasting 2001;
Een uitgevoerde bedrijfsanalyse geeft een positief beeld van de levensvatbaarheid of eventuele negatieve punten kunnen, door middel van het stellen van opschortende voorwaarden, binnen 6 maanden worden opgelost;
In de voorliggende periode is een omzetstijging dan wel een toename van de nettowinst gerealiseerd of er is sprake van een orderportefeuille waaruit blijkt dat sprake is van een verwachte omzetstijging dan wel een toename van de nettowinst zal worden gerealiseerd.
c. Als een persoon in het kader van het Bbz 2004 eerder een bedrijf als zelfstandige heeft gehad en dit heeft beëindigd, wordt na een nieuwe start, na een periode van meer dan 12 maanden na de eerdere bedrijfsbeëindiging, gedurende de eerste 9 maanden van die start de zelfstandige als startende zelfstandige beschouwd.
d. Als een persoon eerder een bedrijf als zelfstandige heeft gehad en dit heeft beëindigd, wordt na een nieuwe start, na een periode van meer dan 12 maanden na de eerdere bedrijfsbeëindiging, de zelfstandige als gevestigde zelfstandige beschouwd als de persoon daarvoor minimaal 18 maanden als zelfstandige werkzaam is geweest en in die periode aan het bovengenoemde urencriterium heeft voldaan.
e. Bij het niet voldoen aan het gestelde in lid d wordt de zelfstandige na een herstart binnen 12 maanden na een eerdere bedrijfsbeëindiging als startend zelfstandige beschouwd.
f. Na 18 maanden na de start van het bedrijf wordt de zelfstandige als gevestigde zelfstandige beschouwd als ook in die periode aan het in lid b genoemde urencriterium is voldaan.
g. Iedereen heeft recht op eigen inkomen. Dat wil zeggen dat iedere gevestigde zelfstandige zoals hierboven beschreven, een aanvraag kan doen voor een bedrijfskrediet op grond van het Bbz 2004, ongeacht de hoogte van het gezinsinkomen. Een uitkering voor levensonderhoud is dan natuurlijk niet van toepassing.
Artikel 2
Kring van rechthebbenden
Onderdeel van Beleidsregel besluit bijstandverlening zelfstandigen gemeente Peel en Maas