Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.1

Artikel 6.

Afzien van terugvordering of van verdere terugvordering na het voldoen aan de betalingsverplichting

Onderdeel van Beleidsregels terug- en invordering WWB, IOAW en IOAZ gemeente Wageningen

1.. In afwijking van artikel 2 besluit het college af te zien van terugvordering of van verdere terugvordering van uitkering indien de belanghebbende: in een periode van vijf jaar naar draagkracht heeft betaald én minimaal 50% van de oorspronkelijk vordering is voldaan én de restvordering niet meer bedraagt dan € 2.500,=; gedurende tien jaar volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan; gedurende tien jaar niet volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan, maar het achterstallige bedrag over die periode, vermeerderd met de daarover verschuldigde wettelijke rente en de op de invordering betrekking hebbende kosten, alsnog heeft betaald; behoudens in geval van paspoortsignalering: gedurende vier jaar na de verzenddatum van de terugvorderingsbeschikking geen betalingen heeft verricht, niet tot betaling kan worden gedwongen, niet aannemelijk is dat hij binnen een half jaar na een onderzoek naar de financiële incassomogelijkheden betalingen zal verrichten en de restvordering minder dan € 6.000,= bedraagt; een bedrag, overeenkomend met ten minste 50% van de restsom in één keer aflost. 2.. Burgemeester en wethouders zien af van het nemen van een terugvorderingsbesluit indien hiertoe een dringende reden is. 3.. In beginsel wordt een besluit als bedoeld in het eerste en tweede lid slechts genomen als de belanghebbende daarom schriftelijk heeft verzocht. 4.. De in het eerste lid genoemde termijnen worden verkort naar drie jaar indien: het gemiddeld inkomen van de belanghebbende in die periode de beslagvrije voet bedoeld in de artikelen 475c en 475d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering niet te boven is gegaan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel