Basis is de verordening leerlingenvervoer artikel 3, lid 1.
Er dient vervoer geregeld te worden naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school. Dit betekent een school naar de soort en richting, waarop de leerling is aangewezen (dit geldt ook voor de verlangde godsdienstige of levensbeschouwelijke richting).
Bij crisisplaatsing kan van dit uitgangspunt voor ten hoogste dat schooljaar worden afgeweken.
Als dichtstbijzijnde toegankelijke school geldt bij speciaal onderwijs, cluster 4, de school die door de commissie voor de indicatiestelling is geadviseerd. Cluster 4 geldt voor zeer moeilijk opvoedbare leerlingen, langdurig zieke leerlingen, anders dan met een handicap en scholen die verbonden zijn aan een pedologisch instituut.
Artikel 5
DICHTSTBIJZIJNDE TOEGANKELIJKE SCHOOL
Onderdeel van Beleidsregels leerlingenvervoer gemeente Dordrecht