Naar hoofdinhoud
In het eerste lid is opgenomen dat de beslissing omtrent de terugvordering en de beslissing omtrent de invordering gelijktijdig, al dan niet in één beschikking wordt opgenomen. Ditzelfde geldt voor de beslissing omtrent de boete-oplegging en de beslissing tot invordering van de boete. Sinds de inwerkingtreding van de 4e Tranche Algemene wet bestuursrecht is de termijn waarbinnen van belanghebbende de betaling moet zijn ontvangen, gesteld op zes weken na de ingangsdatum van de betalingsverplichting. In het tweede lid staat omschreven welke zaken in het terug- en invorderingsbesluit minimaal moeten zijn opgenomen naast de eisen die reeds in de Algemene wet bestuursrecht staan vermeld. De toevoeging van sub f is gebaseerd op het uitgangspunt dat in beginsel geen rekening gehouden wordt met een aflossingsverplichting op nieuwe (na datum verzending terugvorderings- of boetebesluit ontstane) schulden bij derden, tenzij het ontstaan van die nieuwe schuld niet te wijten is aan de belanghebbende.

Rechtspraak bij dit artikel