**1..** Op een vóór 1 april van het belastingjaar bij burgemeester en wethouders in te dienen schriftelijk verzoek van de belastingplichtige wordt de belasting met betrekking tot de nog niet aangevangen belastingjaren ineens geheven naar een bedrag, dat gelijk is aan de contante waarde van de belastingbedragen, welke geheven zouden zijn - beoordeeld naar de omstandigheden bij het begin van het belastingjaar - voor elk van die nog niet aangevangen belastingjaren.
**2..** De contante waarde, bedoeld in het vorige lid, wordt berekend naar een rentevoet van 11 % 's jaars.
Hoofdstuk
Artikel 6