1. Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke toestemming van het college van burgemeester en wethouders herstel-, sloop- of verbouwingswerkzaamheden te (laten) verrichten aan of op een schip of andere drijvende inrichting in het openbaar water, tenzij:
a. het schip of andere drijvende inrichting ligplaats heeft op of bij een scheepswerf of herstellingsinrichting waarvoor een vergunning krachtens de Wet milieubeheer is verleend of;
b. het schip of andere drijvende inrichting geen ligplaats heeft op of bij een scheepswerf of herstellingsinrichting waarvoor een vergunning krachtens de Wet milieubeheer is verleend en er door de werkzaamheden geen gevaar, schade of hinder kan ontstaan.
2. Aan de toestemming kunnen voorschriften worden verbonden.
3. Het college weigert de toestemming voor de werkzaamheden als door het stellen van voorwaarden niet kan worden tegemoet gekomen aan te verwachten gevaar, schade of hinder.
4. Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet voor het in eigen beheer uitvoeren van geringe reparaties, indien daarbij geen verontreiniging van water en milieu en geluidshinder kan optreden.
5. Ten aanzien van geluidshinder als bedoeld in het vierde lid zijn de artikelen 4.6 en 4.6a van de Algemene Plaatselijke Verordening van toepassing.