Naar hoofdinhoud

Paragraaf 4

Artikel 21.

Vervoersvoorziening voor weekeinde en vakantie

Onderdeel van Verordening leerlingenvervoer gemeente Heemstede 2014

Artikel 21 bepaalt dat een vervoersvoorziening kan worden toegekend voor de reizen van het internaat of pleeggezin naar de woning van de ouders en terug in het weekeinde en in de vakanties. Het college van de gemeente waar de ouders wonen bepaalt welke vervoersvoorziening wordt toegekend. Artikel 21, derde lid, geeft aan dat de bepalingen van paragraaf 2 en 3 van de modelverordening van overeenkomstige toepassing zijn op de toekenning van een vervoersvoorziening voor het weekeinde en de vakantie, op enkele uitzonderingen na. Dit houdt het volgende in: Alleen die leerlingen van het voortgezet speciaal onderwijs komen in aanmerking voor een vervoersvoorziening voor het weekeinde en de vakantie, die wegens hun structurele handicap op ander vervoer dan openbaar vervoer zijn aangewezen, dan wel niet zelfstandig van het openbaar vervoer gebruik kunnen maken. Voor de toekenning is bekostiging van de kosten van openbaar vervoer het uitgangspunt. Het college bekostigt ook de kosten van het openbaar vervoer voor een begeleider, als de leerling wegens zijn structurele handicap of leeftijd niet in staat is zelfstandig van het openbaar vervoer gebruik te maken. Zie artikelen 11 en 17. Het college verstrekt een vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer als: openbaar vervoer ontbreekt; begeleiding in het openbaar vervoer niet mogelijk is; de leerling wegens zijn structurele handicap niet in staat is - ook niet onder begeleiding - van het openbaar vervoer gebruik te maken. Zie artikelen 12 en 18. Nota bene: Een vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer wordt in dit geval niet verstrekt als de leerling met gebruikmaking van openbaar vervoer meer dan anderhalf uur onderweg is. Het college kan toestaan dat de ouders de leerling zelf vervoeren of laten vervoeren. De bekostiging is dan afhankelijk van de vervoersvoorziening waarop de ouders aanspraak zouden maken. Zie artikelen 13 en 19. De algemene bepalingen van paragraaf 1 van de modelverordening zijn uiteraard ook van toepassing, evenals de slotbepalingen van paragraaf 5.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel