Voor de uitoefening van een of meer van zijn bevoegdheden verleent het college mandaten en volmachten aan de secretaris, de concerncontroller en de afdelingshoofden. Bij de verlening van mandaten wordt onderscheid gemaakt tussen afdoenings-, vertegenwoordigings- en ondertekeningsmandaten. Indien in een verleend mandaat het verlenen van ondermandaten niet is uitgesloten is de functionaris aan wie het desbetreffende mandaat is verleend, bevoegd tot het verlenen van ondermandaten.
HOOFDSTUK 4
Artikel 15
Mandatering van bevoegdheden door het college
Onderdeel van Organisatiebesluit met inbegrip van instructie secretaris