Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk IV

Artikel 40

Schriftelijke vragen

Onderdeel van Reglement van Orde van de gemeenteraad en de raadscommissies Bloemendaal 2013

1.. Schriftelijke vragen, niet zijnde informatieve of technische vragen die in commissies gesteld kunnen worden, aan het college of de burgemeester worden kort en duidelijk geformuleerd. De vragen kunnen van een toelichting worden voorzien. Bij de vragen wordt aangegeven, of schriftelijke of mondelinge beantwoording wordt verlangd. Bij de vragen wordt dit artikelnummer vermeld (RvO artikel 40). 2.. De vragen worden bij de griffier ingediend. Deze draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis worden gebracht van de voorzitter en beschikbaar komen voor de overige leden van de raad en het college. 3.. Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen 30 dagen, nadat de vragen zijn binnengekomen. Indien beantwoording niet binnen deze termijnen kan plaatsvinden, stelt het verantwoordelijk lid van het college of de burgemeester de vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis, waarbij de termijn aangegeven wordt, waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden. Dit bericht wordt behandeld als een antwoord. 4.. De antwoorden van het college of de burgemeester worden door tussenkomst van de griffier aan de steller van de vragen en in afschrift aan de leden van de raad aangeboden. 5.. De vragensteller kan in de eerstvolgende raadsvergadering na de behandeling van de op de agenda voorkomende onderwerpen nadere inlichtingen vragen omtrent het door de burgemeester of door het college gegeven antwoord, tenzij de raad anders beslist. Artikel 41 Vragenhalfuur Na opening van de raadsvergadering is er een vragenhalfuur, tenzij er bij de voorzitter geen vragen zijn ingediend. In bijzondere gevallen kan het presidium bepalen dat het vragenhalfuur op een ander tijdstip wordt gehouden. Alle collegeleden op wiens portefeuille de vragen betrekking hebben, dan wel hun plaatsvervanger, zijn standaard uitgenodigd bij het vragenhalfuur aanwezig te zijn. Het lid van de raad dat tijdens het vragenhalfuur vragen wil stellen, meldt die vragen uiterlijk op de dag van de vergadering om 11.00 uur schriftelijk aan bij de griffier die daarvan terstond kennis geeft aan de voorzitter. De voorzitter kan na overleg met het presidium weigeren een vraag tijdens het vragenhalfuur aan de orde te stellen indien hij de vraag niet voldoende concreet acht geformuleerd of indien de vraag aan de orde komt bij een onderwerp dat in de raadsvergadering op diezelfde dag wordt behandeld. Het vragenhalfuur is niet bedoeld voor informatieve en technische vragen die in de commissies gesteld dienen te worden. De voorzitter maakt aan het begin van de vergadering melding van de aangemelde onderwerpen van de vragen. De voorzitter bepaalt, gelet op het aantal vragen, de spreektijd voor de vragensteller, voor de wethouders, voor de burgemeester en voor de overige leden van de raad. De vragensteller wordt voor maximaal 2 minuten het woord verleend om aan het college of de burgemeester de vraag te stellen. Het college of de burgemeester krijgt ten hoogste 3 minuten voor beantwoording van de vragen. Na de beantwoording door het college of de burgemeester krijgt de vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te stellen. Vervolgens kan de voorzitter aan andere leden van de raad het woord verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college vragen te stellen over hetzelfde onderwerp. Tijdens het vragenhalfuur kunnen geen moties worden ingediend en worden geen interrupties toegestaan. Onderwerpen die aan het eind van het vragenhalfuur nog niet aan de orde zijn gekomen, komen te vervallen. De indiener kan het onderwerp voor de volgende vergadering opnieuw aanmelden conform het 3e lid.

Rechtspraak bij dit artikel