Naar hoofdinhoud
In deze verordening wordt verstaan onder: Wet: Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente ‘s-Hertogenbosch. Instelling: een instelling van maatschappelijke opvang of vrouwenopvang, die voltijdopvang crisisopvang, begeleid wonen of nachtopvang biedt bij psychosociale en maatschappelijke problemen. Opvang in het kader van deze verordening omvat de onder e, f en g gedefinieerde voorzieningen. Voltijdopvang of 24-uurs verblijf maatschappelijke opvang, vrouwenopvang en crisisopvang: een tijdelijk verblijf gedurende een volledig etmaal of langer, voor mensen die dakloos of thuisloos zijn als gevolg van meervoudige problemen, crisissituaties, geweld in afhankelijkheidsrelaties of dreiging van relationeel geweld. De voorziening omvat onderdak, slaapgelegenheid, begeleiding op diverse aspecten en eventueel voeding. Begeleid wonen: een woonvorm waarbij cliënten zelfstandig wonen of in een kleine gemeenschap, begeleiding en / of dagbesteding krijgen, maar (nog) geen regie hebben over een aantal aspecten van het wonen en een bijdrage of huur aan een instelling betalen en niet rechtstreeks aan een woningcorporatie. Voor hen is de anticumulatieregeling wel van toepassing Begeleid zelfstandig wonen: een woonvorm waarbij cliënten zelfstandig wonen en zelf een huurcontract hebben met de woningcorporatie. Deze cliënten verblijven niet in de maatschappelijke opvang en vrouwenopvang. Voor hen is de anticumulatieregeling niet van toepassing. Nachtopvang: het bieden van een verblijf voor de nacht met al dan niet voeding door de instelling. Instelling: een instelling van maatschappelijke opvang of vrouwenopvang die in opdracht van de gemeente ’s-Hertogenbosch voltijdopvang biedt. De cliënt in het kader van de verordening: de natuurlijke persoon van 18 jaar of ouder, die eventueel samen met minderjarige kinderen, gebruik maakt van het voornoemde aanbod van een instelling. Bijstandsnorm: de van toepassing zijnde norm exclusief vakantietoeslag op 1 januari van het kalenderjaar in de artikelen 20 tot en met 30 van de Wet Werk en Bijstand vermeerderd voor personen jonger dan 21 jaar met de van toepassing zijnde toeslagen in artikel 10 van de Beleidsregels Bijzondere Bijstand ‘s-Hertogenbosch. Norm persoonlijke uitgaven: de van toepassing zijnde normbedragen exclusief vakantietoeslag ingevolge artikel 23 lid 1 van de Wet Werk en Bijstand bij verblijf in een inrichting (het zak- en kleedgeld), vermeerderd met de premie voor de collectieve ziektekostenverzekering die de gemeente ‘s-Hertogenbosch aanbiedt aan mensen met een uitkering op bijstandsniveau en verminderd met de zorgtoeslag. Bijdrage: de eigen bijdrage die de cliënt verschuldigd is op basis van deze verordening.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel