Naar hoofdinhoud

Artikel 3.

Eigen bijdragen voor maatschappelijke opvang en Vrouwenopvang

Onderdeel van Verordening eigen bijdrage maatschappelijke opvang en vrouwenopvang gemeente 's-Hertogenbosch 2014

3.1. Het college is bevoegd tot vaststelling, inning en verrekening van de eigen bijdrage van cliënten van de maatschappelijke opvang en vrouwenopvang. 3.2. Er is een bijdrage verschuldigd indien een persoon van 18 jaar of ouder gebruik maakt van de volgende onder artikel 1 omschreven voorzieningen: 24 uurs- of voltijd vrouwenopvang (waaronder crisisopvang); 24 uurs- of voltijd maatschappelijke opvang (waaronder crisisopvang); Begeleid wonen. 3.2. De eigen bijdrage is verschuldigd vanaf de tweede dag, voor iedere dag dan wel nacht waarop de cliënt verblijft in de 24 uurs opvang of begeleid wonen. De bijdrage wordt bepaald per dag. 3.4. Voor voltijdopvang maatschappelijke opvang en vrouwenopvang bedraagt de eigen bijdrage het verschil tussen de van toepassing zijnde bijstandsnorm en de norm voor persoonlijke uitgaven, behoudens wat volgens deze verordening op de bijdrage in mindering mag worden gebracht. Indien bij gehuwden een van beide partners gebruik maakt van voltijd maatschappelijke opvang of vrouwenopvang wordt bij het bepalen van de bijstandsnorm de regelgeving in de Wet Werk en Bijstand voor opname in een inrichting gevolgd. 3.5. Indien de instelling bij voltijd maatschappelijke opvang en vrouwenopvang aan de cliënt geen voeding verstrekt, wordt de eigen bijdrage verminderd met een bedrag voor voeding. Dit bedrag is gelijk aan het normbedrag dat het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud) berekent. 3.6. Voor cliënten die gebruik maken van de crisisopvang en tegelijkertijd nog kosten hebben voor een zelfstandige woonruimte, wordt de bijdrage gedurende maximaal 6 maanden verminderd met een forfaitair bedrag voor dubbele woonlasten, zijnde 20% van de bijstandsnorm. 3.7. De bijdrage voor begeleid wonen is gebaseerd op de volledige feitelijke woonlasten, ongeacht het inkomen van de cliënt. 3.8. De hoogte van de bijdrage voor voltijdopvang maatschappelijke opvang en vrouwenopvang wordt jaarlijks op 1 januari opnieuw bepaald op basis van de dan geldende bijstandsnormen, de hoogte van de premie voor ziektekosten (minus de zorgtoeslag) en de norm voor persoonlijke uitgaven.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel