De vergunningaanvraag wordt getoetst aan de APV van de gemeente Bronckhorst en aan de onderliggende beleidsregels. Bij de procedure van vergunningverlening gelden de regels van de AWB.
Na positief advies wordt een vergunning verleend in overeenstemming met de APV. Een vergunning kent op grond van dit beleid een standaard pakket aan voorwaarden met eventueel aanvullende voorwaarden.
De vergunning kan worden geweigerd op verschillende gronden:
Belang van de openbare orde/ verkeersvrijheid en –veiligheid
Het innemen van een standplaats zal slechts sporadisch een gevaar opleveren voor de openbare orde. Deze weigeringsgrond wordt vaak gehanteerd in combinatie met de weigeringsgrond “belang van de verkeersvrijheid of –veiligheid”. Standplaatsen waar goederen te koop worden aangeboden hebben in de praktijk een verkeersaantrekkend karakter. Door deze verkeersaantrekkende werking ontstaan mogelijk ongewenste oversteekbewegingen door voetgangers en ontoelaatbaar fietsverkeer in voetgangersgebieden. Ook parkerende en geparkeerde auto’s kunnen overlast veroorzaken. Uit jurisprudentie is gebleken dat beperking van een aantal standplaatsen in het belang van de verkeersveiligheid is toegestaan. Dit neemt niet weg dat iedere aanvraag op eigen omstandigheden en situaties beoordeeld moet worden. Een afwijzing waarbij enkel naar “het beleid” wordt verwezen wordt door de rechter niet geaccepteerd.
Voorkomen of beperken van overlast
Met behulp van deze weigeringsgrond kan een verdeling gerealiseerd worden van het aantal standplaatsen waarbij de af te geven vergunningen zodanig over de week verspreid worden dat een concentratie van de in te nemen standplaatsen wordt tegengegaan. Dit kan gebruikt worden wanneer veel belangstelling bestaat voor dezelfde locatie. Op deze wijze kan ook feitelijke marktvorming worden voorkomen.
In het kader van de wet milieubeheer mag in de nabijheid van woonbebouwing of andere zogenaamde gevoelige gebouwen zoals een medisch centrum, niet gefrituurd, gebakken of gebraden worden.
Verzorgingsniveau
Als een gevestigde ondernemer door een standplaats in zijn bestaan bedreigd denkt te worden, kan de gemeente besluiten de standplaats te weigeren. De ondernemer dient dit wel aan te tonen op basis van een distributieplanologisch onderzoek (DPO). In een DPO wordt aan de hand van uit onderzoek verkregen gegevens aangegeven wat de minimale voorzieningen moeten zijn in de gemeente of in een bepaalde wijk van de gemeente. Als uit het onderzoek blijkt dat er voldoende verkooppunten zijn hoeft dit geen weigeringsgrond voor de aanvraag voor het innemen van een standplaats te betekenen. Waar het om gaat is het verzorgingsniveau voor de consument. In beginsel is de concurrentiepositie van een gevestigde winkelier geen reden om een standplaatsvergunning te weigeren.
Als blijkt dat binnen het verzorgingsgebied in een bepaalde branche nog slechts één winkel is gevestigd die door de concurrentie van een standplaatshouder ten onder dreigt te gaan, kan het verzorgingsniveau ter plaatse in het gedrang komen. De individuele winkelier moet aan de hand van zijn boekhouding aantonen dat de levensvatbaarheid van zijn winkel in het gedrang is. Gesteld dat de reguliere winkelier wegvalt dan is er op de dagen dat de standplaatshouder zijn goederen niet aanbiedt in dat geval geen aanbod van dit soort goederen binnen het verzorgingsgebied. Dit betekent dat het verzorgingsniveau van de consument in dit gebied in het gedrang komt. In een dergelijk geval kan een vergunning tot het innemen van een standplaats worden geweigerd.
Hoofdstuk 4. › Paragraaf 5.
Artikel 5.3
Beoordeling en afhandeling van de vergunningaanvraag
Onderdeel van Standplaatsenbeleid gemeente Bronckhorst 2014