Naar hoofdinhoud
Deze verordening verstaat onder: godsdienstonderwijs: godsdienstonderwijs dat overeenkomstig c.q. in navolging van het bepaalde in artikel 50 van de Wet op het Primair Onderwijs en artikel 53 van de Wet op de Expertisecentra wordt gegeven aan leerlingen van openbare en neutraal bijzondere scholen voor basisonderwijs en speciaal en voortgezet speciaal onderwijs;levensbeschouwelijk vormingsonderwijs: onderwijs ter zake van geestelijke en zedelijke vorming, dat niet godsdienstig is gefundeerd en dat overeenkomstig c.q. in navolging van het bepaalde in artikel 50 van de Wet op het Primair Onderwijs en artikel 53 van de Wet op de Expertisecentra wordt gegeven aan leerlingen van openbare en neutraal bijzondere scholen voor primair en speciaal en voortgezet speciaal onderwijs; instelling: een kerkelijke gemeente of plaatselijke kerk; een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid, die zich blijkens de statuten het geven van godsdienstonderwijs ten doel stelt; een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid, die zich blijkens de statuten het geven van levensbeschouwelijk vormingsonderwijs ten doel stelt. Artikel 3 De verantwoordelijkheid voor de inhoud van het godsdienstonderwijs of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs berust bij de instelling, die dit onderwijs verzorgt. Artikel 4 Het godsdienstonderwijs en levensbeschouwelijk vormingsonderwijs is voorbehouden aan leerlingen van scholen voor primair onderwijs in de leeftijd van 10 tot en met 12 jaar. Het betreffende onderwijs wordt gegeven binnen de in het activiteitenplan van de betrokken scholen vermelde schooltijden aan die leerlingen, van wie ouders, voogden of verzorgers dit onderwijs voor hen wensen. Artikel 5

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel