Voor de toepassing van deze Regeling wordt verstaan onder:
bezoldiging: de bezoldiging, zoals bedoeld in artikel 3:1 CAR-UWO;
bron: een toekomstig loonbestanddeel waarvan de medewerker vrijwillig afstand doet in ruil voor een doel;
CAR: collectieve arbeidsvoorwaardenregeling voor de sector gemeenten;
doel: de onbelaste vergoeding die een medewerker kan krijgen door het inzetten van een bron;
eindejaarsuitkering: de uitkering, zoals bedoeld in artikel 3:6 CAR-UWO;
fiets: fiets, inclusief fietsaccessoires en fietsverzekering;
medewerker: medewerker als bedoeld in artikel 1:1, lid 1, sub a CAR-UWO;
studie: opleiding/studie voor het vervullen van een beroep in de toekomst of voor het op peil houden van vakkennis;
studiekosten: kosten, gemaakt in het kader van een studie;
UWO: uitwerkingsovereenkomst voor de sector gemeenten;
vakantietoelage: de toelage, zoals bedoeld in artikel 6:3 CAR-UWO;
vakbond: organisatie, zoals bedoeld in artikel 12:1, lid1, sub c en artikel 12:1, lid 3 CAR-UWO;
vakbondscontributie: het geldbedrag dat moet worden betaald voor het lidmaatschap van een vakbond, zoals genoemd bij sub l van dit artikel;
vergoeding vakantie-uren: de vergoeding, zoals bedoeld in artikel 4a:1 CAR-UWO.