Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een horecabedrijf welke niet vergunningplichtig is op grond van artikel 3 of artikel 4 van de Drank- en Horecawet te exploiteren.
De burgemeester weigert de vergunning indien de vestiging of exploitatie van het horecabedrijf in strijd is met een geldend bestemmingsplan.
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren, indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van het horecabedrijf of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed.
Bij de toepassing van de in het derde lid genoemde weigeringsgrond houdt de burgemeester rekening met het karakter van de straat en de wijk, waarin het horecabedrijf is gelegen of zal zijn gelegen, de aard van het horecabedrijf en de spanning, waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te staan door de exploitatie.
Het eerste lid geldt niet voor een horecabedrijf in een winkel als bedoeld in artikel 1 Winkeltijdenwet voor zover de horeca een nevenactiviteit is van de winkelactiviteit;
Voor het horecabedrijf als bedoeld in het vijfde lid gelden dezelfde sluitingstijden als voor de winkel.
Voorts geldt het in het eerste lid gestelde verbod niet voor:
een horecabedrijf in zorginstellingen;
een horecabedrijf in musea;
een horecabedrijf in een kantoor;
een horecabedrijf in een school.
Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing.
Hoofdstuk 2. › Afdeling 8.
Artikel 2:15
Exploitatievergunning horecabedrijf
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening (Apv)