Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Afdeling 11.

Artikel 2:40

Gebiedsontzegging

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening (Apv)

1.. De burgemeester kan degene van wie mag worden aangenomen dat hij hetzij alleen, hetzij in groepsverband, de openbare orde verstoort danwel dreigt te verstoren door het plegen van strafbare feiten, door baldadig of hinderlijk gedrag of anderszins personen lastig valt of schade toebrengt, uit het oogpunt van handhaving van de openbare orde het bevel geven zich te verwijderen en zich verwijderd te houden van of uit een door de burgemeester bij bevel gegeven plaats of gebied, gedurende de bij bevel genoemde tijd. 2.. Het is verboden zich op een plaats of in een gebied te bevinden in strijd met een krachtens het eerste lid gegeven bevel. 3.. Het in het eerste lid bedoelde bevel geldt niet voor zover de persoon tot wie het bevel is gericht: op de plaats of in het gebied, blijkens opgave in het persoonsregister, woonachtig is; aannemelijk maakt dat hij op de plaats of in het gebied werkzaam is; anderszins aannemelijk maakt dat hij een zwaarwegend belang heeft zich op die plaats of in het gebied op te houden.

Rechtspraak bij dit artikel