Een in mandaat te nemen besluit dient vooraf aan het college c.q. de burgemeester te worden voorgelegd indien:
het besluit leidt tot afwijking van of aanvulling op het tot dan toe gevoerde beleid;
het besluit niet past binnen de daartoe bestemde budgetten;
het besluit belangrijke politiek bestuurlijke relevantie heeft;
het college, dan wel een van de leden of de burgemeester dit kenbaar heeft gemaakt;
bij het besluit (1 of meerdere) andere afdelingen betrokken is (zijn) en een van deze afdelingen over het te nemen besluit een afwijkend of negatief advies heeft uitgebracht;
er persoonlijke betrokkenheid van de gemandateerde of van diens plaatsvervanger bij het te nemen besluit bestaat;
artikel 169, vierde lid van de Gemeentewet van toepassing is.
Als door de gemandateerde wordt gehandeld in strijd met het bepaalde in het eerste lid van dit artikel, doet dit niets af aan de rechtsgeldigheid van het in mandaat genomen besluit.
Bij de uitoefening van de gemandateerde bevoegdheden dienen alle van toepassing zijnde wetten, algemene maatregelen van bestuur, voorschriften, verordeningen, raadsbesluiten, circulaires, aanwijzingen, richtlijnen, beleidsregels e.d. in acht te worden genomen. In het bijzonder dienen in acht te worden genomen de bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht, waarvan de bepalingen van afdeling 10.1.1 meer in het bijzonder. Voorts worden bij de uitoefening van de gemandateerde bevoegdheden tevens de in de mandateringsregeling vermelde specifieke bepalingen in acht genomen.