**1..** Het is verboden op of aan de weg of een openbare plaats alcoholhoudende drank te nuttigen indien dit gepaard gaat met gedragingen die de openbare orde verstoren, het woon- en leefklimaat aantasten of anderszins overlast veroorzaken.
**2..** Het is verboden op de weg of een openbare plaats, die deel uitmaakt van een door het college aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te gebruiken of aangebroken flesjes, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben.
**3..** Het bepaalde in het tweede lid geldt niet voor:
een terras dat behoort bij een horecabedrijf, als bedoeld in artikel 1 van de Drank en Horecawet;
de plaats, niet zijnde een horecabedrijf, als bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Drank- en Horecawet.
Artikel 2:49 Hinderlijk gedrag bij of in gebouwen
Als hinderlijk gedrag wordt aangemerkt en daarom is het verboden om zonder redelijk doel:
zich in een portiek of poort op te houden;
in, op of tegen een raamkozijn of een drempel van een gebouw te zitten of te liggen.
Omdat dat als hinderlijk gedrag wordt aangemerkt is het, aan anderen dan bewoners of gebruikers van flatgebouwen, appartementsgebouwen en soortgelijke meergezinshuizen en van gebouwen, die voor publiek toegankelijk zijn, verboden zich zonder redelijk doel te bevinden in de voor gemeenschappelijk gebruik bestemde ruimten.
Artikel 2:50 Hinderlijk gedrag in voor publiek toegankelijke bouwwerken en gebouwen
Het is verboden zich zonder redelijk doel op een voor anderen hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek toegankelijk portaal, hal, telefooncel, wachtruimte voor een openbaar vervoermiddel, parkeergarage, rijwielstalling of een andere soortgelijke, voor het publiek toegankelijke ruimte, dan wel deze te verontreinigen of te bezigen voor een ander doel dan waarvoor de desbetreffende ruimte is bestemd.
Artikel 2:51 Neerzetten van fietsen e.d.
Het is verboden op of aan de weg een fiets of een bromfiets te plaatsen of te laten staan tegen een raam, een raamkozijn, een deur, de gevel van een gebouw dan wel de ingang van een portiek, indien:
dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van de gebruiker van dat gebouw of dat portiek, of
daardoor die ingang wordt versperd.
Artikel 2:52 Overlast van fiets of bromfiets op markt- en kermisterrein e.d.
Het is verboden op de door het college of de burgemeester aangewezen uren en plaatsen zich met een (brom)fiets te bevinden op een door het college of de burgemeester aangewezen terrein waar een markt, uitvoering, bijeenkomst, plechtigheid of kermis gehouden wordt welke publiek trekt, mits dit verbod kenbaar is voor de bezoekers van het terrein.
Artikel 2:53 Bespieden van personen
Het is verboden zich in de nabijheid van een persoon dan wel van een gebouw, woonwagen of woonschip op te houden met de kennelijke bedoeling deze persoon dan wel een zich in dit gebouw, deze woonwagen of dit woonschip bevindende persoon, te bespieden.
Het is verboden door middel van een verrekijker of enig ander optisch instrument een zich in een gebouw, woonwagen of woonschip bevindende persoon te bespieden.
Artikel 2:54 Bewakingsapparatuur
Gereserveerd, vervallen.
Artikel 2:55 Nodeloos alarmeren
Gereserveerd, vervallen.
Artikel 2:56 Alarminstallaties
Gereserveerd, vervallen.
Artikel 2:57 Loslopende honden, verboden plaatsen, identificatie
Het is de eigenaar of houder van een hond, verboden deze te laten verblijven of te laten lopen:
op de weg, binnen de bebouwde kom, zonder dat die hond is aangelijnd;
op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingericht(e) kinderspeelplaats, zandbak, speelweide of trapveld of op een andere door het college aangewezen plaats;
op de weg, zonder voorzien te zijn van een halsband, door middel van tatoeage aangebracht identificatiemerk of ander identificatiemerk dat de eigenaar of houder duidelijk doet kennen.
Het college kan plaatsen aanwijzen waar het verbod, genoemd in het eerste lid onder a, niet geldt.
De verboden genoemd in het eerste lid onder a en b gelden niet voorzover de eigenaar of houder van een hond zich vanwege zijn beperking door een als zodanig herkenbare geleidehond laat begeleiden of als een eigenaar of houder van een hond deze aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond.
Artikel 2:58 Verontreiniging door honden
De eigenaar of houder van een hond is verplicht ervoor te zorgen dat die hond zich niet van uitwerpselen ontdoet:
op een gedeelte van de weg dat bestemd is of mede bestemd voor het verkeer van voetgangers;
op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide;
op een andere door het college aangewezen plaats.
Het college kan plaatsen aanwijzen waar het verbod genoemd in het eerste lid, onder a niet geldt.
De strafbaarheid wegens overtreding van het in het eerste lid gestelde gebod wordt opgeheven indien de eigenaar of houder van de hond er zorg voor draagt dat de uitwerpselen onmiddellijk worden verwijderd.
4 De houder of verzorger van de hond en ook degene die een hond onder zijn hoede heeft, die zich met die hond op of aan de weg bevindt, is verplicht een hulpmiddel bij zich te hebben dat geschikt is voor de verwijdering van de uitwerpselen en deze op vordering van een toezichthoudende ambtenaar te laten zien. Als geschikt opruimmiddel wordt in ieder geval aangemerkt een plastic- of papieren zakje.
5.De verplichtingen gesteld in dit artikel gelden niet voorzover de eigenaar of houder van een hond zich vanwege zijn beperking door een geleidehond laat begeleiden en de hond aantoonbaar als zodanig gekwalificeerd is.
Artikel 2:59 Gevaarlijke honden
Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen op of aan de weg of op het terrein van een ander:
anders dan kort aangelijnd, nadat het college aan de eigenaar of de houder heeft bekendgemaakt, dat het die hond gevaarlijk of hinderlijk acht en het aanlijngebod in verband met het gedrag van die hond noodzakelijk vindt;
anders dan kort aangelijnd en voorzien van een muilkorf, nadat het college aan de eigenaar of de houder heeft bekendgemaakt, dat het die hond gevaarlijk of hinderlijk acht en het een aanlijn- en muilkorfgebod in verband met het gedrag van die hond noodzakelijk vindt.
In afwijking van artikel 2:57, eerste lid, onder c, geldt voor het bepaalde in het eerste lid bovendien dat de hond moet zijn voorzien van een optisch leesbaar, niet verwijderbaar identificatiemerk in het oor of in de buikwand.
In het eerste lid wordt verstaan onder:
muilkorf: muilkorf als bedoeld in artikel 1, onder d, van de Regeling agressieve dieren;
kort aanlijnen: aanlijnen van een hond met een lijn met een lengte, gemeten van hand tot halsband, van ten hoogste 1.50 meter.
Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Regeling agressieve dieren.
Artikel 2:60 Houden van hinderlijke of schadelijke dieren
Het college is bevoegd buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer gedeelten van de gemeente of bepaalde plaatsen aan te wijzen waar het ter voorkoming of opheffing van overlast of schade aan de openbare gezondheid verboden is daarbij aangeduide dieren:
aanwezig te hebben; of
aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door hen gestelde regels; of
aanwezig te hebben tot een groter aantal dan in die aanwijzing is aangegeven.
2 Het is verboden op een krachtens het eerste lid aangewezen plaats een daarbij aangeduid dier of daarbij aangeduide dieren aanwezig te hebben, dan wel aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door het college gestelde regels, dan wel aanwezig te hebben tot een groter aantal dan door het college is aangegeven.
3.Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen binnen een krachtens het eerste lid aangewezen deel van de gemeente ontheffing verlenen van het in het tweede lid gestelde verbod.
Artikel 2:61 Wilde dieren
Gereserveerd, vervallen.
Artikel 2:62 Loslopend vee
De rechthebbende op vee, dat zich bevindt in een aan een weg liggend weiland of terrein dat niet van die weg is afgescheiden door een deugdelijke veekering, is verplicht ervoor te zorgen dat zodanige maatregelen getroffen worden dat dit vee die weg niet kan bereiken.
Artikel 2:63 Duiven
Gereserveerd, vervallen.
Artikel 2:64 Bijen
Gereserveerd, vervallen.
Artikel 2:65 Bedelarij
Het is verboden op of aan de weg of in een voor het publiek toegankelijk gebouw te bedelen om geld of andere zaken.
AFDELING 12.BEPALINGEN TER BESTRIJDING VAN HELING VAN
GOEDEREN
Artikel 2:66 Begripsbepaling
In deze afdeling wordt verstaan onder handelaar: de handelaar als bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.
Artikel 2:67 Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister
De handelaar is verplicht aantekening te houden van alle gebruikte of ongeregelde goederen die hij verkoopt of op andere wijze overdraagt, in een doorlopend en een door of namens de burgemeester gewaarmerkt register en daarin vermeldt hij onverwijld:
het volgnummer van de aantekening met betrekking tot het goed;
de datum van verkoop of overdracht van het goed;
een omschrijving van het goed, en -voor zover mogelijk- soort, merk en nummer van het goed;
de verkoopprijs of andere voorwaarden voor overdracht van het goed;
naam en het adres van degene die het goed heeft verkregen.
De burgemeester kan bepalen dat de verplichting als bedoeld in lid 1 tevens of uitsluitend langs elektronische weg kan geschieden.
De burgemeester kan vrijstelling verlenen van deze verplichtingen.
Artikel 2:68 Voorschriften als bedoeld in artikel 437 ter, eerste lid van het Wetboek van Strafrecht
De handelaar of een voor hem handelend persoon is verplicht:
a.de burgemeester binnen drie dagen schriftelijk in kennis te stellen:
1e dat hij het beroep van handelaar uitoefent met vermelding van zijn woonadres en het adres van de bij zijn onderneming behorende vestiging;
2evan een verandering van de onder a, sub 1e, bedoelde adressen;
3e als hij het beroep van handelaar niet langer uitoefent;
4e dat hij enig goed kan verkrijgen dat redelijkerwijs van een misdrijf afkomstig is of voor de rechthebbende verloren is gegaan.
de burgemeester op eerste aanvraag zijn administratie of register ter inzage te geven;
aan de hoofdingang van elke vestiging een kenteken te hebben waarop zijn naam en de aard van de onderneming duidelijk zichtbaar zijn;
een door opkoop verkregen goed gedurende de eerste vijf dagen in bewaring te houden in de staat waarin het goed verkregen is.
Artikel 2:69 Vervreemding van door opkoop verkregen goederen
Gereserveerd, vervallen.
Artikel 2:70 Handel in horecabedrijven
Hier vervallen; naar afdeling 8, toezicht op openbare inrichtingen; artikel 2:32.
AFDELING 13 . VUURWERK
Artikel 2:71 Begripsbepaling
In deze afdeling wordt verstaan onder consumentenvuurwerk: consumentenvuurwerk waarop het Besluit van 22 januari 2002, houdende nieuwe regels met betrekking tot consumenten- en professioneel vuurwerk (het Vuurwerkbesluit), van toepassing is.
Artikel 2:72 Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de verkoopdagen
Het is verboden in de uitoefening van een bedrijf of nevenbedrijf consumentenvuurwerk ter beschikking te stellen dan wel voor het ter beschikking stellen aanwezig te houden, zonder een vergunning van het college.
Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan naast op grond van de in artikel 1:8 genoemde belangen in het belang van het voorkomen of beperken van overlast geweigerd worden.
Artikel 2:73 Bezigen van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling
Het is verboden consumentenvuurwerk te bezigen op een door het college in het belang van de voorkoming van gevaar, schade of overlast aangewezen plaats.
Het is verboden consumentenvuurwerk op of aan de weg of op een voor publiek toegankelijk te plaats te bezigen indien zulks gevaar, schade of overlast kan veroorzaken.
De in het eerste en tweede lid gestelde verboden gelden niet voorzover artikel 429, aanhef en onder 1, van het Wetboek van Strafrecht van toepassing is.
Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod.
AFDELING 14.DRUGSOVERLAST
Artikel 2:74 Verbod te begeven op de weg om drugs te verhandelen
Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden op of aan de weg post te vatten of zich daar heen en weer te bewegen en zich op of aan de weg in of op een voertuig te bevinden of daarmee heen en weer of rond te rijden, met het kennelijke doel om middelen als bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende waar, al dan niet tegen betaling af te leveren, aan te bieden of te verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.
AFDELING 15. BESTUURLIJKE OPHOUDING, VEILIGHEIDSRISICOGEBIEDEN EN
CAMERATOEZICHT OP OPENBARE PLAATSEN
Artikel 2:75 Bestuurlijke ophouding
De burgemeester kan overeenkomstig artikel 154a van de Gemeentewet besluiten tot het tijdelijk doen ophouden van door hem aangewezen groepen van personen op een door hem aangewezen plaats indien deze personen de volgende in deze verordening bepaalde verboden groepsgewijs niet naleven:
samenscholing uit artikel 2:1;
verblijfsontzeggingen uit artikel 2:1a;
het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg in strijd met de publieke functie daarvan uit artikel 2:10;
het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg uit artikel 2:11;
het openen van straatkolken e.d. uit artikel 2:16;
hinderlijk gedrag op openbare plaatsen uit artikel 2:47;
verboden drankgebruik uit artikel 2:48;
verboden gedrag in of bij gebouwen uit artikel 2:49;
hinderlijk gedrag in voor publiek toegankelijke ruimten uit artikel 2:50;
het bezigen van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling uit artikel 2:73 en
verbod vuur te stoken uit artikel 5:34.
Artikel 2:76 Veiligheidsrisicogebieden
De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151b van de Gemeentewet bij verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid van wapens, dan wel bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, een gebied, met inbegrip van de daarin gelegen voor het publiek openstaande gebouwen en bijbehorende erven, aanwijzen als veiligheidsrisicogebied.
HOOFDSTUK 1 › AFDELING 10.
Artikel 2:48
Verboden drankgebruik
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Gorinchem
Verwijzingen
- artikel 2
- Artikel 2
- Artikel 2
- Artikel 2
- Artikel 2
- artikel 2
- Artikel 2
- Artikel 2
- Artikel 2
- artikel 429
- artikel 2
- Artikel 2
- Artikel 2
- artikel 154a van de Gemeentewet
- Artikel 2
- Artikel 2
- artikel 5
- Artikel 2
- Artikel 2
- artikel 2
- Artikel 2
- Artikel 2
- artikel 2
- artikel 2
- Artikel 2
- artikel 437
- artikel 2
- Artikel 2
- Artikel 2
- Artikel 2
- Artikel 2
- artikel 151b van de Gemeentewet
- artikel 2
- artikel 2
- artikel 2
- Artikel 2
- Artikel 2
- Artikel 2
- artikel 2
- artikel 437
- Artikel 2
- artikel 2
- Artikel 2
- Artikel 2
- artikel 1
- Artikel 2
- artikel 1
- Artikel 2