Burgers kunnen met inachtneming van wat er in de volgende leden van dit
artikel staat vermeld, in de oriënterende raadsbijeenkomst, na de vaststelling
van de agenda het woord voeren naar aanleiding van een onderwerp dat op de
agenda staat of een ander onderwerp.
Het woord kan niet gevoerd worden over:
de ingekomen stukken;
een besluit van het gemeentebestuur waartegen een bezwaarschrift of
beroepschrift is ingediend of de rechter om een uitspraak is gevraagd en de
uitspraak nog niet onherroepelijk is geworden;
benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen;
indien een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of
kon worden ingediend;
onderwerpen die niet behoren tot de bevoegdheid van het
gemeentebestuur.
Degene, die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit voor 12.00 uur op
de dag van de oriënterende raadsbijeenkomst aan de griffier. Hij vermeldt
daarbij het onderwerp waarover hij het woord wil voeren, zijn naam, woonplaats,
telefoonnummer en namens wie hij spreekt. Hij dient aanwezig te zijn aan het
begin van de raadsbijeenkomst.
De voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers.
Namens een organisatie kan slechts één persoon het woord voeren een zelfde
onderwerp
De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 2
Artikel 13
Spreekrecht burgers
Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad van Opsterland 2014