Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 2

Artikel 13

Spreekrecht burgers

Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad van Opsterland 2014

Burgers kunnen met inachtneming van wat er in de volgende leden van dit artikel staat vermeld, in de oriënterende raadsbijeenkomst, na de vaststelling van de agenda het woord voeren naar aanleiding van een onderwerp dat op de agenda staat of een ander onderwerp. Het woord kan niet gevoerd worden over: de ingekomen stukken; een besluit van het gemeentebestuur waartegen een bezwaarschrift of beroepschrift is ingediend of de rechter om een uitspraak is gevraagd en de uitspraak nog niet onherroepelijk is geworden; benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; indien een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend; onderwerpen die niet behoren tot de bevoegdheid van het gemeentebestuur. Degene, die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit voor 12.00 uur op de dag van de oriënterende raadsbijeenkomst aan de griffier. Hij vermeldt daarbij het onderwerp waarover hij het woord wil voeren, zijn naam, woonplaats, telefoonnummer en namens wie hij spreekt. Hij dient aanwezig te zijn aan het begin van de raadsbijeenkomst. De voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers. Namens een organisatie kan slechts één persoon het woord voeren een zelfde onderwerp De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel