De voorzitter vraagt of hoofdelijke stemming of stemming bij handopsteken
wordt verlangd. Indien dit niet wordt gevraagd en ook de voorzitter dit niet
verlangt, stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder stemming is
aangenomen.
In de vergadering aanwezige leden kunnen aantekening in de besluitenlijst
vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of zich van stemming
te hebben onthouden.
Indien gekozen wordt voor stemming bij handopsteken of hoofdelijke stemming
wordt in het verslag opgenomen welke fracties c.q. welke raadsleden voor dan wel
tegen hebben gestemd.
Indien door een of meer leden hoofdelijke stemming wordt gevraagd, doet de
voorzitter daarvan mededeling.
Bij hoofdelijke stemming roept de voorzitter (of de griffier) de leden van de
raad bij naam op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het lid dat
daarvoor op grond van artikel 28 is aangewezen. Het oproepen gaat verder in de
volgorde van de presentielijst.
Bij hoofdelijke stemming is ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet
van deelneming aan de stemming moet onthouden verplicht zijn stem uit te
brengen.
De leden brengen hun stem uit door het woord ‘voor’ (‘foar’) of ‘tegen’
(‘tsjin’) uit te spreken, zonder enige toevoeging.
Heeft een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan kan hij deze
vergissing nog herstellen voordat het volgende lid gestemd heeft. Bemerkt het
lid zijn vergissing pas later, dan kan hij nadat de voorzitter de uitslag van de
stemming bekend heeft gemaakt wel aantekening vragen dat hij zich heeft vergist;
in de uitslag van de stemming brengt dit echter geen verandering.
De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mee, met vermelding
van het aantal voor en tegen uitgebrachte stemmen. Hij doet daarbij tevens
mededeling van het genomen besluit.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3
Artikel 27
Algemene bepalingen over stemming
Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad van Opsterland 2014