Naar hoofdinhoud
Ieder lid van de raad kan een initiatiefvoorstel indienen. Een initiatiefvoorstel moet om in behandeling genomen te kunnen worden schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend. De voorzitter plaatst het voorstel op de agenda van de eerstvolgende vergadering, tenzij de schriftelijke oproep hiervoor reeds verzonden is. In dit laatste geval wordt het voorstel op de agenda van de daaropvolgende vergadering geplaatst. De behandeling van het voorstel vindt plaats nadat alle op de agenda voorkomende voorstellen en onderwerpen zijn behandeld, tenzij de raad oordeelt dat: het voorstel met het oog op de orde van de vergadering tezamen met een ander geagendeerd voorstel of onderwerp dient te worden behandeld; het voorstel ter agendering wordt overgedragen aan de agendacommissie; het voorstel voor advies naar het college dient te worden gezonden. In het laatste geval bepaalt de raad in welke vergadering het voorstel opnieuw geagendeerd wordt. In afwijking van de leden 3 en 4 kan de voorzitter, met instemming van de indiener(s) en in overleg met de agendacommissie, het initiatiefvoorstel agenderen voor behandeling in een oriënterende raadsbijeenkomst of in een andere vergadering dan de raadsvergadering zoals bedoeld in lid 3. Daarbij kan de voorzitter het college vragen een reactie bij het voorstel te leveren voor de behandeling in de oriënterende raadsbijeenkomst of de raadsvergadering. De raad kan voorwaarden stellen aan de indiening en behandeling van een voorstel, niet zijnde een voorstel voor een verordening. Op een spoedeisend initiatiefvoorstel, inhoudende het ontslag van de wethouder, zijn de bepalingen in dit artikel niet van toepassing. Een dergelijk voorstel kan na instemming van de raad terstond aan de agenda toegevoegd worden.

Rechtspraak bij dit artikel