**1..** In het beleidsplan als bedoeld in artikel 4 wordt vastgelegd welke voorzieningen het college in ieder geval kan aanbieden alsmede de voorwaarden die daarbij gelden voor zover daarover in deze verordening geen nadere bepalingen zijn opgenomen.
**2..** Het college kan, in aanvulling op de verplichtingen die voortvloeien uit de wet en deze verordening, aan een voorziening nadere verplichtingen verbinden.
**3..** Het college kan een voorziening beëindigen:
indien de persoon die aan de voorziening deelneemt en de aan hem opgelegde verplichtingen in het kader van de wet niet nakomt;
indien de persoon die deelneemt niet meer behoort tot de doelgroep van de wet;
indien de persoon algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt, waarbij geen gebruik wordt gemaakt van deze voorziening;
indien naar het oordeel van het college de voorziening onvoldoende bijdraagt aan een snelle arbeidsinschakeling.
Bij uitvoeringsbesluit kan het college ten aanzien van de voorzieningen, bedoeld in de artikelen 11 tot en met 15, met inachtneming van hetgeen daarover in het beleidsplan is bepaald, nadere regels stellen. Deze regels kunnen in ieder geval betrekking hebben op:
de voorwaarden waaronder een voorziening wordt aangeboden;
de weigeringsgronden bij het aanbieden van voorzieningen;
de intrekking of wijziging van de subsidieverlening of – vaststelling;
de aanvraag, van en de besluitvorming over subsidies en premies;
de betaling van subsidies en het verlenen van voorschotten;
het vragen van een eigen bijdrage
overige criteria voor het aanbieden van voorzieningen en het verstrekken van subsidies.
Hoofdstuk 3
Artikel 9
Algemene bepalingen over de voorzieningen
Onderdeel van verordening reïntegratie Wet werk en bijstand 2004