Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6

Artikel 16

Reserve en vermogensvorming

Onderdeel van Algemene Subsidieverordening gemeente Nunspeet 2014

1. De reserves, voor zover deze (deels) met subsidiegelden zijn opgebouwd, mogen op de laatste dag van enig boekjaar niet hoger zijn dan 10% van de in de begroting opgenomen baten van het desbetreffende boekjaar. Als dit wel het geval is, wordt de subsidie lager vastgesteld tot het bedrag waarmee wel aan deze voorwaarde is voldaan. Dit lid is niet van toepassing op ontvangers van een budgetsubsidie. 2. Maximaal 10 procent van de in een boekjaar ontvangen subsidiegelden mag worden gebruikt voor vermogensvorming en reservering. Als dit percentage hoger is, wordt de subsidie lager vastgesteld tot het bedrag waarmee wel aan deze voorwaarde is voldaan. 3. Op ontvangers van een budgetsubsidie zijn afdeling 4.2.8. van de Awb en artikel 4:71, lid 1, sub g van de Awb van toepassing. 4. Voor zover het verstrekken van subsidie heeft geleid tot vermogensvorming is de subsidieontvanger de gemeente een vergoeding verschuldigd van maximaal het met subsidie opgebouwde vermogen, met inachtneming van de reguliere afschrijving, als: a. de subsidieontvanger de voor de gesubsidieerde activiteiten gebruikte of bestemde goederen vervreemdt, bezwaart of de bestemming ervan wijzigt; b. de gesubsidieerde activiteiten geheel of gedeeltelijk worden beëindigd; c. de rechtspersoon wordt ontbonden of een fusie, zoals bedoeld in artikel 309 van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, wordt aangegaan; d. de subsidierelatie wordt beëindigd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel