Deze afdeling verstaat onder:
Boom: een houtachtig, overblijvend gewas met een omtrek van de stam van minimaal 15 centimeter op 130 centimeter hoogte boven het maaiveld. In het geval van meerstammigheid geldt de omtrek van de dikste stam;
Houtopstand: één of meer bomen, hakhout, houtwal of houtsingel;
Hakhout: één of meer bomen of boomvormers, die na te zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen;
Houtwal/houtsingel: Lijnvormige begroeiing hoofdzakelijk bestaande uit inheemse struiken en boomvormers, die een afscheiding in het landschap vormt;
Bosperceel: houtopstand die een zelfstandige eenheid vormt en een oppervlak heeft van 10 are (1000 m²) of minder. Het gaat hierbij om bospercelen die niet vallen onder de bescherming van de Wet natuurbescherming.
Beschermwaardige boom: Binnen de bebouwde kom: een boom als opgenomen op het overzicht beschermwaardige bomen, met een stamomtrek van minimaal 100 centimeter op 130 centimeter hoogt boven het maaiveld. Buiten de bebouwde kom: alle bomen met een stamomtrek van minimaal 100 centimeter op 130 centimeter hoogte boven het maaiveld;
Beschermwaardige houtopstand: Houtopstand waarvoor het aanvragen van een vergunning verplicht is;
Beschermwaardig boomgebied: Gebied dat aangegeven is op het overzicht beschermwaardige bomen, waarbinnen het voor alle houtopstanden, waarbij de bomen een stamomtrek hebben van minimaal 100 centimeter op 130 centimeter hoogte boven het maaiveld, verplicht is een vergunning aan te vragen;
Overzicht beschermwaardige bomen: Door B&W vastgesteld overzicht waarop alle houtopstanden en beschermwaardige boomgebieden binnen de bebouwde kom zijn weergegeven;
Meldingsplichtige houtopstand: Houtopstand waarvoor geen vergunning nodig is, maar waarvoor wel een melding moet worden gedaan;
Vellen: Het rooien, kappen, verplanten, afzetten, of het verrichten van handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood, ernstige beschadiging of ernstige ontsiering van de boom of bomen tot gevolg kan hebben. Voorbeelden daarvan zijn het snoeien van meer dan 20% van de kroon of het wortelgestel van een boom of het voor de eerste keer kandelaberen, knotten, vormsnoeien van een boom;
Rooien: Het verwijderen van een houtopstand inclusief het wortelgestel;
Afzetten: afzagen tot op de stronk waarna de houtopstand opnieuw uitloopt;
Kandelaberen/knotten: het inkorten van de hoofdtakken, waardoor een stam met takstompen ontstaat.
Herplantplicht: de verplichting een houtopstand te herplanten;
Boomwaarde: de boomwaarde wordt bepaald door toepassing van de Richtlijnen van de Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen (Rekenmodel N.V.T.B.).
Bebouwde kom: de bebouwde kom van de gemeente, als bedoeld in artikel 4.1, onder a van de Wet natuurbescherming.
De rechthebbende: De eigenaar of rechthebbende van een beschermwaardige of meldingsplichtige houtopstand, of degene die namens hem gemachtigd is om een vergunning aan te vragen of een melding te doen;
De vergunning: De vergunning tot het vellen van een houtopstand;
Melding: De melding die de rechthebbende moet indienen voor het vellen van een houtopstand
HOOFDSTUK 4 › AFDELING 3.
Artikel 4:10
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening (APV) gemeente Enschede 2009