[gereserveerd]
Artikel 5:22
[gereserveerd]
AFDELING 6. OPENBAAR WATER
Artikel 5:23 Begripsomschrijving
In deze afdeling wordt verstaan onder:
Openbaar water: het water van het Twentekanaal en het daarmee in open verbinding staande water van de havens.
Artikel 5.24 Voorwerpen op, in of boven openbaar water
1. Het is in verband met de veiligheid op het openbaar water verboden een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op, in of boven openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te hebben, indien dit door zijn omvang of vormgeving, constructie of plaats van bevestiging gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van het openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van het openbaar water.
2. Degene die voornemens is een steiger, een meerpaal of een ander voorwerp met een permanent karakter op, in of boven openbaar water te plaatsen, doet daarvan uiterlijk twee weken tevoren een melding aan het college.
3. De melding bevat in ieder geval naam, adres en contactgegevens van de melder, en een beschrijving van de aard en omvang van het voorwerp.
4. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Provinciale vaarwegenverordening, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde Telecommunicatieverordening.
Artikel 5:25
[ gereserveerd]
Artikel 5:26 zoeken in openbaar vaarwater
1. Het is degene die daartoe niet bevoegd is verboden in openbaar vaarwater te zoeken of te vissen naar levenloze voorwerpen.
2. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover het Algemeen reglement van politie voor rivieren en rijkskanalen van toepassing is.
Artikel 5:27 Zwemmen in openbaar vaarwater
Het is in verband met de veiligheid op het openbaar vaarwater verboden daarin te baden of te zwemmen.
Artikel 5:28 Beschadiging van werken
1. Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan te brengen in de toestand van bij de gemeente in beheer zijnde openbaar water, havens, wallen, kaden, beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, duikers, pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen, bakens.
2. Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de Provinciale vaarwegenverordening.
Artikel 5:29 Reddingsmiddelen
Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en daartoe bij het openbaar vaarwater aangebracht voorwerp te gebruiken voor een ander doel dan wel voor dadelijk gebruik ongeschikt te maken.
Artikel 5:30
[gereserveerd]
Artikel 5:31 Overlast aan vaartuigen
1. Het is verboden zonder redelijk doel op een vaartuig in openbaar vaarwater te klimmen of zich daar op of daar in te begeven of te bevinden.
2. Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een vaartuig in openbaar vaarwater te brengen of een vaartuig, liggend in of aan openbaar vaarwater, los te maken.
AFDELING 7 CROSSTERREINEN EN GEMOTORISEERD EN RUITERVERKEER IN NATUURGEBIEDEN
Artikel 5:32 Crossterreinen
1.Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een motorfiets als bedoeld in artikel 1, onderdeel i van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 een wedstrijd dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben.
2. Het verbod genoemd in het eerste lid is niet van toepassing op door het college aangewezen terreinen. Het college kan daarbij nadere regels stellen ten aanzien van het gebruik van deze terreinen:
a. in het belang van het voorkomen of beperken van overlast:
b. in het belang van de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving en ter bescherming van andere milieuwaarden;
c. in het belang van de veiligheid van de deelnemers van de in het eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten en/of van het publiek.
3. Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder weg verstaan hetgeen artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder verstaat.
4. Het in dit artikel bepaalde geldt niet voor zover de Wet milieubeheer of het Besluit geluidsproductie sportmotoren van toepassing is.
Artikel 5:33 Beperking verkeer in natuurgebieden
1. Ter voorkoming van overlast en/of schade aan milieuwaarden is het verboden op door het college aangewezen en voor het publiek toegankelijke natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik beschikbare terreinen,te rijden met een motorvoertuig als bedoeld in artikel 1, onder z, Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 of een bromfiets als bedoeld in artikel 1, onder i, Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 of een paard.
2. Het is verboden op krachtens het eerste lid aangewezen plaatsen:
a. zich met een motorvoertuig of een bromfiets als bedoeld in het vorige lid of met een fiets of een paard te bevinden; dan wel
b. zich met een motorvoertuig, met een bromfiets of met een fiets of een paard te bevinden op een in die aanwijzing aangeduid tijdstip.
3. Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet voor bestuurders van motorvoertuigen en bromfietsen en voor fietsers of berijders van paarden:
a. ten dienste van Politie, Brandweer en geneeskundige hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste lid van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 door de Minister van verkeer en waterstaat aangewezen hulpverleningsdiensten;
b. die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of exploitatie het college aangewezen plaatsen;
c. die worden gebruikt in verband met werken welke krachtens wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd;
d. van de zakelijk gerechtigden en huurders en pachters van percelen gelegen binnen de door het college aangewezen plaatsen;
e. voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging van de onder d bedoelde personen.
4. Het in het tweede lid gestelde verbod geldt voorts niet:
a. op wegen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994;
b. binnen de bij of krachtens de provinciale verordening “Stiltegebieden” aangewezen stiltegebieden, ten aanzien van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn aangewezen als 'toestel'.
5. Het college kan ontheffing verlenen van het in het tweede lid gestelde verbod.
AFDELING 8 VERBOD VUUR TE STOKEN
Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken
1. Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen in de zin van artikel 10.2 van de Wet milieubeheer of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.
2. Het verbod geldt niet voor zover het betreft:
a. verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke;
b. sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien geen afvalstoffen worden verbrand;
c. vuur voor koken, bakken en braden, voor zover dat geen gevaar, overlast of hinder veroorzaakt voor de omgeving.
3. Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen.
4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna.
5. Het verbod geldt niet voor zover in het geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek van Strafrecht of de Provinciale milieuverordening.
AFDELING 9 VERSTROOIING VAN AS
[vervallen]
Artikel 5:35 Begripsomschrijvingen
[vervallen]
Artikel 5:36 Verbod van incidentele as-verstrooiing op bepaalde plaatsen
[vervallen]
Artikel 5:37
[gereserveerd]
AFDELING 10. BESCHERMEN VAN EIGENDOMMEN
Artikel 5:38 Voeren van het gemeentewapen of het gemeentelogo
1. Het is anderen dan de gemeente Enschede verboden het gemeentewapen of het gemeentelogo te voeren.
2. Burgemeester en Wethouders kunnen ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod.
Artikel 5:39 Zorg voor zaken in geval van brand
[vervallen]
Artikel 5:40 Afsluiten van voertuigen
[vervallen]
AFDELING 11. STRAATNAMEN, HUISNUMMERS E.D
Artikel 5:41 Begripsomschrijvingen
[vervallen]
Artikel 5:42 Gedoogplicht aanduidingen
[vervallen]
Artikel 5:43 Verwijdering e.d. van aanduidingen
[vervallen]
Artikel 5:44 Aanbrengen huisnummers op objecten
[vervallen]
Artikel 5:45 Vernummering van objecten
[vervallen]
Artikel 5:46 Leesbaarheid van huisnummers
[vervallen]
AFDELING 12. LIJKBEZORGING
Artikel 5:47 Tijdvak voor begraven e.d.
[vervallen]
Artikel 5:48 Onbetamelijk gedrag op een begraafplaats
[vervallen]
Artikel 5:49 Aanwijzingen
[vervallen]
Artikel 5:50 Vervoer e.d. van lijken
[vervallen]
Artikel 5:51 Bezorgen van lijken van on-vermogenden
[vervallen]
HOOFDSTUK 6 STRAF-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN
Artikel 6:1 Strafbepaling
Overtreding van het bij of krachtens de volgende artikelen bepaalde en op grond van artikel 1.4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak:
2:1 2:10, 2:11 en 2:12 2:15, 2:16 en 2:19 2:21a, 2:22, 2:23.1 en 2:23.2 2:25
2:26 en 2:26a tot en met 2:26d 2:28 en 2:28a 2:29 2:31, 2:32 en 2:33
2:39.2 2:39.7 en 2:39.8 2:41 tot en met 2:45 2:47 tot en met 2:52
2:56a tot en met 2:62 2:65 vervalt 2:73 2:74 2:79 en 2:81, lid 1 2:86 2:93
2:96 lid 4 en lid 5 2:99 tot en met 2:102
3.2.1 3.2.3 3.2.4, lid 1 3.2.5 t/m 3.2.8 3.3.4 3.4.1 en 3.4.2
4:6 en 4:6a 4:8 4:9 4:11 4:11.5 en 4:11.6 4:11.8 en 4:11.9
4:13, 4:15 en 4:16 4:18
5:2 tot en met 5:12 5:13 5:24 5:26 tot en met 5.29 5:31 5:32 en 5:33 5:34
5:38 5:42 en 5:43 5:44 tot en met 5:46.
Artikel 6:2 Toezichthouders
Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de door het college dan wel de Burgemeester aangewezen personen.
Artikel 6:3 Binnentreden woningen
Zij die zijn belast met het toezicht op de naleving of de opsporing van een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften welke strekken tot handhaving van de openbare orde of veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen, zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner.
Artikel 6:4 Inwerkingtreding
1. De Algemene Plaatselijke Verordening van de Gemeente Enschede wordt ingetrokken.
2. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2009.
Artikel 6:5 Overgangsbepalingen
1.Vergunningen en ontheffingen – hoe ook genaamd – verleend krachtens verordeningen of delen van verordeningen die zijn ingetrokken in verband met de vaststelling van déze verordening, blijven – indien en voor zover het gebod of verbod waarop de vergunning of ontheffing betrekking heeft ook is vervat in deze verordening – van kracht tot de termijn waarvoor zij werden verleend is verstreken of totdat zij worden ingetrokken.
2. Voorschriften en beperkingen opgelegd krachtens ingetrokken verordeningen of delen van verordeningen bedoeld in het eerste lid, blijven – indien en voor zover de bepalingen ingevolge welke deze voorschriften en beperkingen zijn opgelegd ook zijn vervat in déze verordening – van kracht tot de termijn waarvoor zij zijn opgelegd is verstreken of totdat zij worden ingetrokken.
3. Vergunningen en ontheffingen bedoeld in het eerste lid, en voorschriften en beperkingen bedoeld in het tweede lid, worden geacht vergunningen, ontheffingen, voorschriften en beperkingen in de zin van déze verordening te zijn.
4. Indien vóór het tijdstip van inwerkingtreding van déze verordening een aanvraag is ingediend om een vergunning of ontheffing – hoe ook genaamd – op grond van een ingetrokken verordening of een ingetrokken deel van een verordening bedoeld in het eerste lid, en voor het tijdstip van inwerkingtreding van déze verordening nog niet op die aanvrage is beslist, wordt daarop de overeenkomstige bepaling van déze verordening toegepast.
5. Op een aanhangig beroep- of bezwaarschrift betreffende een vergunning of ontheffing bedoeld in het eerste lid, dan wel een voorschrift of beperking bedoeld in het tweede lid, dat voor of na het tijdstip bedoeld in artikel 6.4 is ingekomen binnen de voordien geldende beroepstermijn, wordt beslist met toepassing van de betreffende ingetrokken verordening of het betreffende ingetrokken deel van de verordening.
6. Gebods- of verbodsbepalingen waarvoor een vergunning of ontheffing is vereist krachtens déze verordening en niet voorkomend in een ingetrokken verordening of een ingetrokken deel van een verordening bedoeld in het eerste lid, zijn niet van toepassing:
a. gedurende 3 maanden na het in werking treden van déze verordening;
b. ook na de onder a bepaalde termijn, voor zover degene die de vergunning of ontheffing nodig heeft, binnen deze termijn een aanvraag heeft ingediend, totdat onherroepelijk op deze aanvraag is beslist.
7. De intrekking van een verordening of van een deel van een verordening bedoeld in het eerste lid, heeft geen gevolgen voor de geldigheid van op basis van die verordening vastgestelde nadere regels en aanwijzingsbesluiten, indien en voor zover de rechtsgrond waarop de aanwijzingsbesluiten zijn gebaseerd ook vervat is in déze verordening en voor zover zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken.
Artikel 6:6 Citeertitel
Deze verordening kan worden aangehaald onder de titel "Algemene plaatselijke verordening gemeente Enschede 2009".
HOOFDSTUK 5 › Afdeling 4.
Artikel 5:21
Aanhoudingsplicht
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Enschede 2009
Verwijzingen
- artikel 1
- Artikel 5
- artikel 1
- artikel 1
- Artikel 5
- Artikel 5
- Artikel 5
- Artikel 5
- Artikel 5
- Artikel 6
- Artikel 5
- Artikel 5
- Artikel 6
- Artikel 5
- Artikel 5
- artikel 29
- artikel 10
- Artikel 5
- Artikel 5
- Artikel 5
- Artikel 5
- artikel 429
- Artikel 6
- artikel 6
- artikel 1
- Artikel 5
- Artikel 5
- Artikel 5
- artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994
- Artikel 5
- Artikel 5
- Artikel 5
- Artikel 6
- Artikel 5
- Artikel 5
- artikel 1
- Artikel 5
- artikel 1
- Artikel 6
- Artikel 5
- Artikel 5
- Artikel 5
- Artikel 5
- Artikel 5
- Artikel 6
- Artikel 5
- Artikel 5