Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2 › Afdeling 10

Artikel 2:39.6

Gronden voor weigering vergunning

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening (APV) gemeente Enschede 2009

1.. Het bevoegde bestuursorgaan weigert een vergunning als bedoeld in artikel 2:39.2 eerste lid, indien: De vestiging of de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is met een geldend of in procedure zijnde bestemmingsplan of leefmilieuverordening in de zin van de Wet op de stads- en dorpsvernieuwing; De speelgelegenheid niet in een gebouw is gevestigd; De exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in artikel 2:39.5 gestelde eisen. 2.. Het bevoegde bestuursorgaan kan een vergunning als bedoeld in artikel 2:39.2, eerste lid weigeren, indien: Een eerdere vergunning voor de exploitatie van de speelgelegenheid is ingetrokken of de speelgelegenheid met toepassing van artikel 13b van de Opiumwet is gesloten; en voorts indien naar zijn oordeel: Het woon- en leefklimaat in de omgeving van de speelgelegenheid en/of de openbare orde of veiligheid nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid van de speelgelegenheid; Het bedrijfsplan als bedoeld in artikel 2.39.3 onvoldoende garanties geeft dat het in deze verordening en in de Wet op de kansspelen bepaalde niet zal worden overtreden; Het op grond van andere feiten en omstandigheden onvoldoende vaststaat dat het bepaalde in de Wet op de kansspelen niet zal worden overtreden; Redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel