**·.** 1. Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats in te nemen of te hebben.
**·.** 2. Het college weigert de vergunning wegens strijd met een geldend bestemmingsplan, beheers-verordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit.
**·.** 3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd:
**·.** a. indien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand;
**·.** b. indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente redelijkerwijs te verwachten is dat door het verlenen van de vergunning voor een standplaats voor het verkopen van goederen een redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse in gevaar komt.
**·.** 4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan de vergunning worden ingetrokken:
**·.** a. bij overlijden van de rechthebbende;
**·.** b. als de rechthebbende niet meer kan voldoen aan de eis van handelingsbekwaamheid en inschrijving in het Handelsregister bij de Kamer van Koophandel;
**·.** c. als de rechthebbende zich schuldig maakt aan wangedrag of bedrog;
**·.** d. indien de rechthebbende niet of niet tijdig zijn standplaatsengeld of leges voldoet zoals bepaald in de Precariobelastingverordening of de Legesverordening.
HOOFDSTUK 5 › Afdeling 4.
Artikel 5:18
Standplaatsvergunning en weigeringsgronden
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Enschede 2009