Voorwerpen of stoffen op, aan, in of boven de weg.
Het is verboden zonder vergunning van het college of wanneer
het gaat om het gebruik van de weg of weggedeelte ten
behoeve van een terras bij een horeca-inrichting, van de
burgemeester, de weg of een weggedeelte te gebruiken anders
dan overeenkomstig de bestemming daarvan.
Het in het eerste lid bepaalde is niet van toepassing
op:
vlaggen, wimpels en vlaggenstokken, indien zij geen
gevaar of hinder kunnen opleveren voor personen of
goederen en niet voor commerciële doeleinden worden
gebruikt;
de voorwerpen of stoffen, die noodzakelijkerwijze
kortstondig op de weg gebracht worden in verband met
laden of lossen ervan, mits degene die de
werkzaamheden verricht of doet verrichten ervoor
zorgt, dat onmiddellijk na het beëindigen daarvan,
in elk geval voor zonsondergang, de voorwerpen of
stoffen van de weg verwijderd zijn en de weg daarvan
gereinigd is;
voertuigen met uitzondering van voertuigen bestemd
voor bewoning;
voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens
worden geopenbaard;
standplaatsen als bedoeld in de
Staanplaatsenverordening;
evenementen als bedoeld in artikel 25.
Het is verboden op, in, over of boven de weg voorwerpen of
stoffen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard te
plaatsen, aan te brengen of te hebben, indien deze door hun
omvang of vormgeving, constructie of plaats van bevestiging
schade toebrengen aan de weg, gevaar opleveren voor de
bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig
gebruik daarvan dan wel een belemmering vormen voor het
doelmatig beheer en onderhoud van de weg.
Voor de toepassing van het tweede lid, onder c, wordt onder
weg verstaan hetgeen artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994
daaronder verstaat.
Een vergunning, bedoeld in het eerste lid, kan worden
geweigerd:
indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de
weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de
weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan,
dan wel een belemmering kan vormen voor het
doelmatig beheer en onderhoud van de weg;
indien het beoogde gebruik, hetzij op zichzelf,
hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan
redelijke eisen van welstand;
in het belang van de voorkoming of beperking van
overlast voor gebruikers van de in de nabijheid
gelegen onroerende zaak.
Een vergunning als bedoeld in het eerste lid is niet vereist
voor het houden van buurtfeesten, straatspeeldagen en/of het
plaatsen van objecten in het kader van een
buurtactiviteit.
7.Degene, die het voornemen heeft activiteiten als bedoeld in het
zesde lid te organiseren, dient daarvan minstens vier weken voordat
de activiteit zal
plaatsvinden kennis te geven aan het college.
8.Het college kan de activiteiten verbieden dan wel daaraan
voorschriften en beperkingen verbinden met het oog op de in het
vijfde lid genoemde
belangen.
Een vergunning als bedoeld in het eerste lid is niet vereist
voor :
bouwactiviteiten, die minder tijd in beslag zullen
nemen dan vier weken en minder ruimte in beslag
zullen nemen dan 15 m² en de plaatsing van
gedenktekens.
zonneschermen, stoepborden dan wel uitstallingen
.
reclameborden, voorzover deze niet op of in de weg
worden geplaatst.
automaten.
verplaatsbare voorwerpen, die beogen weggebruikers
te attenderen op gewenst verkeersgedrag.
De in het negende lid onder a. bedoelde activiteiten dienen
uiterlijk vier weken voordat deze zullen plaatsvinden gemeld
te worden bij het college. Het college kan aan de uitvoering
van die activiteiten voorschriften verbinden dan wel de
activiteiten verbieden, indien dit noodzakelijk is met het
oog op de in het elfde lid van dit artikel beschreven
belangen.
Het is verboden de weg of een weggedeelte te gebruiken ten
behoeve van de in het negende lid onder b.,c.,d. of e.
bedoelde zaken:
indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de
weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de
weg of voor het doelmatig of veilig gebruik daarvan,
dan wel een belemmering kan vormen voor het
doelmatig beheer en onderhoud van de weg.
het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in
verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke
eisen van welstand.
het beoogde gebruik strijdig is met door het college
met het oog op de onder a) en b) genoemde belangen
vastgestelde algemene regels.
a. Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het
daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
rijkswaterstaatwerken of de Wegenverordening Noord
Brabant.
De weigeringsgrond van het vijfde lid onder a. geldt
niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp
wordt voorzien door artikel 5 Wegenverkeerswet.
De weigeringsgrond van het vijfde lid onder b. geldt
niet voor bouwwerken.
d. De weigeringsgrond van het vijfde lid onder
c. geldt niet voorzover in het geregelde onderwerp
wordt voorzien door de Wet Milieubeheer.
De burgemeester beschikt binnen dertien weken op een
aanvraag om een terrasvergunning.
De in het dertiende lid bedoelde vergunning vervalt, wanneer
de verlening van een vergunning, strekkende tot vervanging
van eerstbedoelde vergunning, van kracht geworden is."
Hoofdstuk 2. › Afdeling 1.
Artikel 13.
Artikel 13.
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening voor de gemeente Tilburg 2005