**1..** Burgemeester en wethouders kunnen op een daartoe strekkende aanvraag
een vergunning verlenen voor het parkeren op belanghebbendenplaatsen
of parkeerapparatuurplaatsen;
**2..** Een eerste bewonersvergunning kan alleen worden verleend aan de
eigenaar of houder van een motorvoertuig wanneer die volgens het
bevolkingsregister als bewoner op een adres staat ingeschreven waar
een belanghebbendenplaats of parkeerapparatuurplaats aanwezig
is;
**3..** Een tweede bewonersvergunning kan worden verleend aan de eigenaar of
houder van een motorvoertuig wanneer die volgens het
bevolkingsregister als bewoner op het zelfde adres als op basis
waarvan een eerste vergunning is verleend, staat ingeschreven;
**4..** Een eerste bewonersvergunning wordt als tweede vergunning behandeld
wanneer de bewoners beschikken over een eigen adequate
parkeervoorziening in de directe nabijheid van de woning;
**5..** Hierbij gelden voor een garage de afmetingen 2.60 x 4.60 m als
adequate parkeervoorziening;
**6..** Per adres geldt in principe een maximum van twee
bewonersvergunningen;
**7..** Indien op hetzelfde adres volgens het bevolkingsregister een derde
persoon als meerderjarige bewoner is ingeschreven en eigenaar of
houder van een motorvoertuig is, kan deze onder bepaalde voorwaarden
een derde bewonersvergunning tegen eenzelfde tarief als een tweede
bewonersvergunning worden verleend;
**8..** Een algemene vergunning kan worden verleend aan iedere eigenaar of
houder van een motorvoertuig die daartoe een aanvraag indient, met
inachtneming van het gestelde in artikel D;
**9..** Een ondernemersvergunning voor de gebieden I en II kan alleen worden
verleend aan de eigenaar of houder van een motorvoertuig, wanneer
die volgens de Kamer van Koophandel een onderneming heeft in gebied
I zoals beschreven in de Parkeerbelastingverordening 2004. Per adres
wordt maximaal één ondernemersvergunning verleend;
**10..** Aan een vergunning kunnen zowel beperkingen worden verbonden met
betrekking tot de te gebruiken parkeerplaatsen als met betrekking
tot de tijdstippen waarop de vergunning van kracht is;
**11..** Burgemeester en wethouders kunnen aan een parkeervergunning ook
andere voorschriften en beperkingen verbinden. Deze voorschriften
mogen alleen strekken tot bescherming van het belang van een goede
verdeling van de beschikbare parkeerruimte;
**12..** Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen afwijken
van alle in dit artikel bedoelde voorschriften, wanneer dit niet
strijdig is met het beschermen van het belang van een goede
verdeling van de beschikbare parkeerruimte.