Naar hoofdinhoud
Het college van elke deelnemende gemeente kan, na vooraf verkregen instemming van de raad van die gemeente, besluiten dat de deelneming aan deze regeling wordt opgezegd. De raad van de andere gemeenten wordt over de besluiten geïnformeerd. Een dergelijk besluit tot uittreding kan niet plaatsvinden binnen twee jaar na inwerkingtreding van deze regeling. Een uittreding kan slechts plaatsvinden indien tenminste een opzegperiode van 12 maanden in acht wordt genomen. Deze periode start op de dag waarin het besluit tot uittreding in de registers is ingeschreven. De financiële schade die door de uittreding aan de uitvoeringsorganisatie is toegebracht wordt, inclusief de hierdoor ontstane wachtgeldverplichtingen, aan de uittredende gemeente in rekening gebracht. De uitvoeringsorganisatie en de uittredende gemeente vragen gezamenlijk advies aan een onafhankelijke externe deskundige voor de vaststelling van de financiële schade als bedoeld in het voorgaande lid. Het advies van deze deskundige is voor partijen bindend. De kosten voor het inschakelen van de deskundige zijn voor rekening van de uittredende gemeente.

Rechtspraak bij dit artikel