De toepassing van de artikelen 3 tot en met 7 geschiedt zodanig, dat de toepasselijke norm voor de jongere tenminste bedraagt:
35 procent van de voor de jongere geldende gehuwdennorm voor een alleenstaande;
55 procent van de voor de jongere geldende gehuwdennorm voor een alleenstaande ouder;
65 procent van de voor de jongeren geldende gehuwdennorm voor gehuwden.
Hoofdstuk 3
Artikel 8
Anti-cumulatiebepaling
Onderdeel van Toeslagenverordening Wet investeren in jongeren