1.Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag een houtopstand te vellen of te doen vellen.
2.Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor:
a.wegbeplantingen en eenrijige beplantingen op of langs landbouwgronden, beide voor zover bestaande uit populieren of wilgen, tenzij deze zijn geknot;
b vruchtbomen en windschermen om boomgaarden;
c.fijnsparren, niet ouder dan twaalf jaar, bestemd om te dienen als kerstbomen en geteeld op daarvoor in het bijzonder bestemde terreinen;
d.kweekgoed;
e.houtopstand die bij wijze van dunning moet worden geveld;
f.houtopstand die deel uitmaakt van als zodanig bij het Bosschap geregistreerde bosbouwondernemingen en gelegen is buiten een bebouwde kom, tenzij de houtopstand een zelfstandige eenheid vormt die:
-ofwel geen grotere oppervlakte beslaat dan 10 are
-ofwel bestaat uit rijbeplanting van niet meer dan 20 bomen, gerekend over het totale aantal rijen;
g.houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantenziektewet of krachtens een aanschrijving of last van het college, zulks onverminderd het bepaalde in artikel 4:16.
Hoofdstuk 4 › Afdeling 3
Artikel 4:11
Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening 2014