De vergunning kan in elk geval worden geweigerd op grond van:
a.de natuurwaarde van de houtopstand;
b.de landschappelijke waarde van de houtopstand;
c.de waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon;
d.de beeldbepalende waarde van de houtopstand;
e.de cultuurhistorische waarde van de houtopstand;
f.de waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand.
Hoofdstuk 4 › Afdeling 3
Artikel 4:11b
Weigeringsgronden
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening 2014