1.Indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt ingediend
minder dan vier weken vóór het tijdstip waarop de aanvrager de
vergunning of ontheffing nodig heeft, kan het bestuursorgaan en/of
bevoegd gezag besluiten de aanvraag niet te behandelen.
2.Voor bepaalde, door het bestuursorgaan aan te wijzen, vergunningen of
ontheffingen kan de in het eerste lid genoemde termijn worden
verlengd.